Boeken

Van vlinders, bloemen en vogels
Langs dijken en wegen

E. Heimans en Jac. P. Thijsse (1894)

Van vlinders, bloemen en vogels

"Wie naar buiten wandelt, om rond te zien naar planten en dieren, zal opmerken, dat geen plant, geen dier geheel op zich zelf leeft. Alles is van iets anders afhankelijk. Planten en dieren vormen even goed als menschen gemeenschappen, die het leven en voortbestaan mogelijk maken en vergemakkelijken. Zulke 'levensgemeenschappen' vindt men in slooten en plassen, op heiden en weiden. Elk van deze heeft zijn eigen fauna, zijn eigen flora, hier arm, daar rijk, naar omstandigheden; maar steeds een geheel uitmakend, waarvan de deelen innig met elkaar in verband staan. (...)
Dat deze boekjes er toe mogen bijdragen, ook in ons land, natuursport tot een druk beoefenden tak van sport te maken, is onze wensch en dat daarbij lichaam en geest van de beoefenaars wel zullen varen, tevens de innige overtuiging van De Schrijvers."

2e druk: 1898
3e druk: 1907
4e druk: 1913
5e druk: 1916
6e druk: 1954

Van vlinders, bloemen en vogels, met als ondertitel 'Langs dijken en wegen', is het eerste deeltje van de serie Van vlinders, bloemen en vogels. Deze serie gaat over een aantal levensgemeenschappen en richt zich met name op de jeugd.
De overige delen van deze serie zijn:
2) In sloot en plas, E. Heimans en Jac. P. Thijsse (1895);
3) Door het rietland, E. Heimans en Jac. P. Thijsse (1896);
4) Hei en dennen, E. Heimans en Jac. P. Thijsse (1899);
5) In de duinen, E. Heimans en Jac. P. Thijsse (1899);
6) In het bosch, E. Heimans en Jac. P. Thijsse (1901).



In sloot en plas

E. Heimans en Jac. P. Thijsse (1895)

In sloot en plas

Dit is het tweede deel uit de serie Van vlinders, bloemen en vogels.

"Het succes van het eerste deeltje dezer serie, de critiek, die zonder uitzondering gunstig en welwillend was, In sloot en plasen de vele betuigingen van instemming door onze bekende natuurhistorici met onze plannen, hebben ons de zekerheid gegeven, dat wij geen werk verrichten waarvoor - zoals wij en velen met ons vreesden - de tijd nog niet gekomen is."

2e druk: 1898
3e druk: 1907
4e druk: 1914
5e druk: 1916
6e druk: 1954



Door het rietland

E. Heimans en Jac. P. Thijsse (1896)

Door het rietland

"We hadden geen haast en genoten dus zooveel van de rietstraat, als we maar konden. Op een plek, waar het riet een plaatsje had ingeruimd voor een paar elzen en berkjes en een enkele lijsterbes, hielden we een half uurtje stil, om te luisteren. Karekieten vlak bij ons in 't riet, telkens te zien, als ze voor een oogenblik zingend omhoog vlogen - ook de groote karekieten, met sterker toon; dan, bij het bosje een lied - zoo zoet en zacht en kweelend, met herinneringen aan een leeuwerik en nachtegaal tegelijk - dat was van de boschrietzanger - daartusschen een recht en helder sie, sie, sie, sieiiet, in de elzen, van de rietgorzen, verderop weer een gezang, herinnerend aan iemand, die erg graag heel gauw wat vertellen wil, maar niet recht weet wàt, en 't is toch zoo aardig, zie je - dat is de moerasrietzanger."

Dit is het derde deel van de serie Van vlinders, bloemen en vogels.

2e druk: 1903
3e druk: 1914
4e druk: 1923
5e druk: 1948



Plantenschat

F. J. van Uildriks en Vitus Bruinsma (1898)

Plantenschat

"Met dezen 'Plantenschat' beoogen wij een handig boekje te geven, dat met de reeds bestaande hulpmiddelen kan medehelpen, om de kennis van onze in het wild groeiende planten te verbreiden. (...)
Ons doel is geweest in den tekst zooveel mogelijk den indruk weer te geven, dien de plant op een ontvankelijk, met liefde voor de natuur bezield gemoed maakt, eerst in het algemeen, in verband met de omgeving, waarin het bloemenkind is opgegroeid, en daarna, bij nauwkeurige beschouwing, meer in byzonderheden. Hierbij hebben wij het ons tot taak gesteld de beschrijving zoo volledig te geven, dat daardoor ook zonder de afbeelding de plant te herkennen is en de verschillen met verwante soorten duidelijk uitkomen."



Hei en dennen

E. Heimans en Jac. P. Thijsse (1899)

Hei en dennen

"Dit is het vierde boekje van onze reeks (Van vlinders, bloemen en vogels); we denken er nog twee te maken. Jongens en meisjes, die van een boek met veel plaatjes houden, zullen, dunkt ons tevreden wezen. Voor alle vacanties is er werk (geen huiswerk) in te vinden. Ook over het terrarium staat er veel in; maar natuurlijk niet alles, wat ge daarvan zoudt kunnen vragen; dan was het een ongemanierd dik boek geworden."

2e druk: 1903
3e druk: 1913
4e druk: 1916
5e druk: 1948



In de duinen

E. Heimans en Jac. P. Thijsse (1899)

In de duinen

"Wij hebben getracht, in dit boekje - het vijfde van de reeks: Van vlinders, bloemen en vogels; - een schets te ontwerpen van de dieren- en plantenwereld onzer duinen, het geliefkoosd uitspanningsoord van duizenden Nederlanders. In de duinenDe groote rijkdom der duinflora- en fauna maakte het noodzakelijk, dat wij ons beperkten, wilden wij niet in oppervlakkigheden vervallen. Wij hebben daarom de meest belangwekkende en meest algemeene vormen met eenige uitvoerigheid behandeld, in de verwachting, dat onze lezers en lezeressen wel de lust en de gelegenheid zullen hebben, om even goed als de hier behandelde planten en dieren, ook hun aandacht te schenken  aan die, welke slechts even zijn aangestipt."

2e druk: 1907
3e druk: 1920 (2e druk genoemd!)
4e druk: 1932
5e druk: 1950



Geïllustreerde flora van Nederland

E. Heimans, H. W. Heinsius en Jac. P. Thijsse (1899)

Geïllustreerde flora van Nederland

"Stel u niet tevreden, als ge den naam van een plant hebt leeren kennen: onderzoek bloem en blad, zie of ge er iets bijzonders aan opmerkt, vooral veranderingen tijdens den bloei, bij avond of regenweer; noteer dat in uw schetsboekje met den datum en vindplaats. Of nog beter: teeken blad, bloem en bloemdeelen en wat ge verder merkwaardig acht, en maak notities naast de teekening in uw schetsboek."

2e druk: 1909
3e druk: 1913
4e druk: 1916



De bloem en hare geheimen

H. J. Calkoen (1899)

De bloem en hare geheimen

"Getracht heb ik een werkje te leveren, dat hen van dienst kan zijn, die voor natuurstudie werkelijk de vrije natuur in gaan. Op veel, wat mooi en belangrijk is, te wijzen was mijn bedoeling, opdat de studie der plantkunde vruchtbaarder en 't genot der studie zelve grooter zou zijn.
De stof die ik behandel - onze bloemen - ligt immers binnen ieders bereik, zoodat ook zij, die nooit te voren iets aan botanie deden, mij in 't gehele boekje kunnen volgen.
Als 't mij gelukt, door de achterstaande bladzijden te bewerken, dat onze schoone Natuur wat meer bewonderd en wat beter gewaardeerd wordt, zal dit voor mij een aangename voldoening zijn."



De honingbij

E. Heimans (1900)

"Een schets uit het bijenleven met figuren en 2 beweegbare modellen (koningin en dar)."



Wandelboekje voor natuurvrienden

E. Heimans en Jac. P. Thijsse (1900)

Wandelboekje voor natuurvrienden

"Met het samenstellen van dit boekje hopen wij voldaan te hebben aan den wensch van vele onzer kennissen en collega's. Zij vroegen ons om een boekje, dat zij hun kinderen en leerlingen mee konden geven op wandelingen naar buiten; ook, wanneer zij zelven geen tijd of gelegenheid zouden hebben mee te gaan, om te leeren opmerken; een boekje, dat een opwekking moest wezen, om er op uit te trekken en met open oogen rond te zien in de natuur, en dat tevens eenig antwoord moest geven op vele van de vragen over levende-natuur-voorwerpen, die kinderen hun ouders of onderwijzers op dergelijke wandelingen plegen te stellen."

2e druk: 1901
3e druk: 1904
4e druk: 1907
5e druk: 1910
6e druk: 1913
7e druk: 1917
8e druk: 1920
9e druk: 1926
10e druk: 1931
11e druk: 1938
12e druk: 1998



De zoogdieren

A. J. C. Snijders (±1900)

De zoogdieren

"De grootheid der natuur en verscheidenheid van hare wonderen kunnen wij niet beter leeren kennen en waardeeren, dan door de waarneming van die verschijnselen, welke ons een blik doen slaan in het leven van planten en dieren. Vooral het leven der dieren biedt, zoowel wat hun vorm en uiterlijk, als hunne ontwikkeling en levensgewoonten, hun geographische spreiding, hunne betrekkingen tot andere levende wezens - en in de de eerste plaats tot den mensch - betreft, eene bron van studie aan, die niet slechts in den ware zins des woords onuitputtelijk, doch tevens in de hoogste mate belangwekkend en boeiend is."

De zoogdieren is deel 6 van de serie De natuur en hare wonderen, populair-wetenschappelijke bibliotheek. De andere deeltjes in deze serie zijn:
1) De geschiedenis van den oorspronkelijke mensch, E. Clodd (±1900);
2) De plant en haar leven, G. Allen (±1900);
3) De scheikunde in het dagelijks leven, A. J. C. Snijders (±1900);
4) De wereld van het oneindig kleine (bacteriën), L. J. B. van der Marck (±1900);
5) Het leven der zeeën, S. J. Hickson, bewerkt door H. C. Redeke (±1900);
7) De vogels, A. J. C. Snijders (±1900);
8) De kruipende dieren, tweeslachtige dieren en visschen, A. J. C. Snijders (±1900);
9) De ongewervelde dieren, A. J. C. Snijders (±1900);
10) De nieuwste ontdekkingen op het gebied der electriciteit, F. Richardz, bewerkt door W. Niermeyer (±1900);
11) Wilde planten, G. Henslow, bewerkt door P. G. Buekers (±1900);
12) De afstamming van den mensch en de stamboom der dieren, W. Bölsche, bewerkt door L. J. B. van der Marck (±1900).



In het bosch

E. Heimans en Jac. P. Thijsse (1901)

In het bosch

"Met dit zesde deeltje achten wij de reeks boekjes volledig die wij nu acht jaar begonnen zijn met: Van Vlinders, Bloemen en Vogels. (...)
Onze hoofdtaak in 1893 begonnen, hebben wij hiermede volbracht, naar onze beste weten en kunnen. Wat wij verder nog deden of doen zullen voor de verspreiding van natuurkennis is bijwerk. Wij hopen ook dit laatste deeltje, dat in de eerste plaats voor de jeugd bestemd is, door woord en beeld even aantrekkelijk gemaakt te hebben als de vorige, zoodat het zal aansporen tot nadoen en nateekenen."

2e druk: 1920
3e druk: 1952



In het Vondelpark

E. Heimans en Jac. P. Thijsse (1901)

In het Vondelpark

"Wij hebben dit boekje geschreven op verzoek van enkele vrienden van 't Vondelpark, die meenden, dat daar voor den opmerkzamen wandelaar veel te zien en te genieten valt. En dat is zoo, want ons Park is rijk aan allerlei gewas en vol vogels en bloemen. Uit de rijke schat hebben wij een keuze gedaan en van het allermerkwaardigste en 't meest in 't oog vallende het een en ander verteld."



Het lichaam van den visch

E. Heimans (1903)

"Bouw en inwendige organen, aanschouwelijk voorgesteld door beweegbare gekleurde platen van een karper, met verklaring en uitvoerige, geïllustreerde determineerlijst van onze voornaamste zoetwatervisschen (overgenomen uit De Levende Natuur)."

2e druk: 1904



Het vogeljaar

Jac. P. Thijsse (1903)

Het vogeljaar

"Ik heb dit boek geschreven, om u in de gelegenheid te stellen in den loop van het jaar de voornaamste Nederlandsche vogels te leeren kennen Het vogeljaar en onderscheiden en al naar den graad van uw sympathie en belangstelling hun heerlijk bestaan mee te leven."

2e druk: 1913
3e druk: 1923
4e druk: 1938
5e druk: 1942



Kweeken en verzamelen

J. Jaspers jr. (1904)

Kweeken en verzamelen

"De vrienden der levende natuur kunnen denkelijk nog wel een werkje gebruiken, dat bij hun verschillende bezigheden voorlicht. Wel bezitten wij een goede handleiding voor het verzamelen van vlinders, een paar over de aquariumliefhebberij en over het kweeken van kamerplanten, wel vindt men in tijdschriften als De Levende Natuur tal van voorschriften, maar er zijn geen 'takken van dienst' dan de drie genoemde, en menig liefhebber zou gediend zijn met een wegwijzer, die het heele gebied stelselmatig doorgaat.
Nu is echter dat gebied zóó uitgestrekt, dat weinigen op álle punten goed thuis zijn; ook zou een handleiding, die in kleine bijzonderheden trad, een zeer ongewenschten omvang krijgen. Men mag zich dus beperken. En dan schijnt het niet kwaad, zich te richten naar de behoeften van van zulke liefhebbers, als men tegenwoordig vindt in de lezers van De Levende Natuur en de leden onzer jonge natuurhistorische vereenigingen. Zij kweeken rupsen, houden een aquarium verzamelen planten en insecten, doen waarnemingen buiten, en wenschen daarbij raadgevingen te ontvangen, die niet al te moeilijk zijn op te volgen. Voor hen is dit werkje bestemd. het onderstelt niet meer kennis en vaardigheid, dan ieder werkelijk belangstellende zich zonder groote moeite eigenmaakt, en zal er, naar gehoopt wordt, toe bijdragen, om den arbeid te veraangenamen door dien beter te doen vlotten, enom de liefhebbers in staat te stellen, de vruchten van hun arbeid in een toestand te brengen en te bewaren, dat deze ook aan anderen getoond kunnen worden."



Natura Artis Magistra
Gids voor het insectarium

R. A. Polak (1904)

Natura Artis Magistra; Gids voor het insectarium

"In een klein vertrekje van het Museum van Nederlandsche Dieren werden in het voorjaar van 1898 eenige primitief ingerichte insectaria tentoongesteld. De belangstelling in het leven en de gedaanteverwisseling der insecten bleek zoo groot, dat reeds zeer spoedig meer doelmatig ingerichte insectaria en een grootere ruimte om die te huisvesten, noodig waren. Een grootere zaal met bovenlicht werd gevonden in het gebouw voor de Papegaaien en de Kruipende dieren, waar sinds 1899 het Insectarium geherbergd is, terwijl de ruwe, voor het grootste deel uit hout vervaardigde insectenverblijven, door meer doelmatige en meer sierlijke van metaal en glas werden vervangen.(...)
Daar de bewoners van het Insectarium onophoudelijk vervangen worden door andere, kunnen in dezen 'Gids' de insecten niet besproken worden in de volgorde, waarin ze op een bepaald oogenblik geplaatst zijn. Van de meeste insecten, welke tot heden (voorjaar 1904) tentoongesteld zijn geweest, wordt hier iets gezegd. Enkele die voor het Insectarium minder geschikt zijn gebleken, blijven onvermeld. Lang niet alle hier genoemde insecten zijn tegelijker tijd aanwezig, maar in den loop van een jaar krijgen toch de meeste een beurt."



Het intieme leven der vogels

Jac. P. Thijsse en R. Tepe (1906)

Het intieme leven der vogels

"Wij weten van het intieme leven der vogels maar heel weinig. De doode vogel is vlijtig genoeg bestudeerd; zijn veertjes geteld, zijn beentjes gemeten. De inventaris van zijn nesten en eieren is in bijzonderheden opgemaakt en ook omtrent den datum van komen en gaan hebben wij in de meetse gevallen voldoende zekerheid.
Maar hoe de vogel zijn dag en zijn leven doorbrengt; hoe hij zich gedraagt in verschillende levensomstandigheden, hoe hij ertoe gekomen is, om zich zo te gedragen en hoe dat gedrag zich nog steeds wijzigt, daarvan is nog weinig bekend en toch zou men kunnen beweren, dat de beantwoording van deze vragen juist de eigenlijke vogelkennis heeten mag.
Ik heb door het schrijven van dit boek getracht, de aandacht te vestigen op het leven van enkele onzer meest bekende vogels, in de verwachting, dat de vele vogelvrienden en vriendinnen, die ons kleine landje telt, zullen willen meewerken, om het ontbrekende of foutieve in mijn waarnemingen aan te vullen en te verbeteren."



Met Kijker en bus
Geïllustreerde schetsen uit het leven van planten en dieren

E. Heimans (1906)

Met kijker en bus

"Wat mij niet al te luchtig en vluchtig lijkt onder de geïllustreerde schetsen, die al meer dan drie jaren lang als wekelijks opstel 'Uit de Natuur' in 't Groene Weekblad verschijnen, wordt nu in boekvorm opnieuw aangeboden."



Wandelen en waarnemen

E. Heimans (1906)

Wandelen en waarnemen

Dit is het tweede boek met een selectie van bijdragen van Heimans in De Groene.



Lente

Jac. P. Thijsse (1906)

Lente

"Het is nog niet uitgemaakt, wie het eerst de Lente proclameert: de zanglijster, de sneeuwklokjes of de hazelaar. het eene jaar komt de vogel het eerst met 't nieuwtje, het ander jaar de heester, of de bloem, Lentemaar in ieder geval weten zij het altijd eerder dan de menschen, die op de kalender afgaan, en meenen, dat de Lente den eenentwintigsten Maart haar intocht doet."

De illustraties in dit Verkade-album zijn gemaakt door L. W. R. Wenckebach, Jan van Oort en Jan Voerman jr.

2e druk: 1907
3e druk: 1908
4e druk: 1910
5e druk: 1912

facsimile uitgaven
1e t/m 3e druk: 1975
4e druk: 1982
5e druk: 1985
6e druk: 1997



Zomer

Jac. P. Thijsse (1907)

Zomer

"Als 't zomer wordt dan gaan de bloemen in de wei met het gras strijden om den voorrang. het gras heeft zijn eigen bloemen, wondermooie dingetjes, maar ongelukkig wat klein en kleurloos, zoodat de wandelaar er niet op let en heel onrechtvaardig den naam van grasbloemen geeft aan madelief en boterbloem.
Maar o, wat zijn die echte grasbloempjes mooi! En wat een verscheidenheid! groene cilindertjes op lange glimmende stelen steken bij honderden omhoog, die zijn van de vossestaart. Later komen de grijsgroene cilinders van de timothee, iets droger, stijver en minder malsch dan de vossestaartjes. platte aren met bloempakjes afwisselend links en rechts zijn van het raaigras; dat bloeit den heelen zomer door."

De illustraties in dit Verkade-album zijn gemaakt door L. W. R. Wenckebach, Jan van Oort en Jan Voerman jr.

2e druk: 1907
3e druk: 1910
4e druk: 1912

facsimile uitgaven
1e t/m 3e druk: 1975
4e druk: 1982
5e druk: 1985
6e druk: 1997



Herfst

Jac. P. Thijsse (1908)

Herfst

"De vacantie is uit. In alle stations wemelt het van terugkeerende zomergasten met wapens en bagage en met bouquetten van blauwe zeedistel of van Erica, al naardat ze aan 't strand of op de hei hun zomervreugd hebben genoten.
In 't eerst leek het, of er aan de vacantie geen eind zou komen, maar toen we eenmaal over de helft waren, werd het al benauwder en benauwder en eindelijk kwam de beruchte laatste dag van inpakken en heengaan. Maar wonderlijk is het, dat je ten slotte toch weer met vreugd de stad en het huis begroet en zelfs met genoegen den weg weer inslaat naar de school, al heb je ook reeds uitgerekend, hoeveel dagen het nog duurt, eer de Kerstvacantie komt"

De illustraties in dit Verkade-album zijn gemaakt door L. W. R. Wenckebach, Jan van Oort en Jan Voerman jr.

2e druk: 1910

facsimile uitgaven
1e t/m 3e druk: 1975
4e druk: 1982
5e druk: 1985
6e druk: 1997



De eieren van onze vogels
Handleiding voor verzamelaars

J. C. F. van Balen (1909)

De eieren van onze vogels; Handleiding voor verzamelaars

"Het verzamelen van vogeleieren heeft in den laatsten tijd, onder de liefhebberijen der jeugd, een zeer belangrijke plaats ingenomen. Nog niet zoo heel lang geleden werd zoo'n verzameling beschouwd als een rariteit, een curiosum. De schooljongen bewaarde de door hem gevonden eieren, aan een draadje geregen, opgehangen voor den spiegel of ergens anders en wees er op als op een trophee. Maar sinds er bij het groote publiek meer belangstelling is gewekt voor de natuur in het algemeen en de vogels in het bijzonder, is deze liefhebberij een wetenschap geworden. De eieren worden niet meer aangeregen, doch behoorlijk volgens de regelen der wetenschap behandeld, geconserveerd, in doozen of kasten bewaard, van namen voorzien en vormen zoo een wetenschappelijke verzameling, die waarde heeft."



Omgang met planten

Jac. P. Thijsse en R. Tepe (1909)

Omgang met planten

"Ik heb geprobeerd in dit boek het een en ander te vertellen van het leven van een vijfentwintigtal gewone wilde planten, vooral wat daarvan gezien kan worden door elke wandelaar die de lust gevoelt, even bij zijn lievelingen te toeven. De stille bloemen hebben alle hun eigen manieren en maniertjes, het gedrag der planten uit zich in zoo velerlei vorm, vol onverwachte wisseling, dat het ons vervult met verbazing en wij er licht toe komen, de handelingen van de groene bewonders van bosch en beemd te vergelijken met het menselijk bedrijf, of met de instinctmatige levensuitingen der dieren."
Dit boek heeft, in tegenstelling tot andere publicaties van Thijsse, een wetenschappelijk karakter. Bij zijn erepromotie in 1922 werd het dan ook door zijn promotor Prof. dr. Th. J. Stomps zijn 'dissertatie' genoemd.



Winter

Jac. P. Thijsse (1909)

Winter

"De winter begint, wanneer Manus het dak schoonveegt en dat is na den eersten Novemberstorm van beteekenis. Gedurende de heele Octobermaand zijn er ook bladeren van de boomen gevallen, doch niet zooveel opeens, dat de pannen vervuilden of de goten verstopt raakten. Nu echter komt alles tegelijk los. De boomen, die eerst nog, ondanks de geleden verliezen, goed in 't blad zaten, staan daar nu opeens kaal en doorzichtig en weg en bosch ligt duimdiep onder de bonte afgevallen bladeren. Alleen het jonge eikenhakhout, dat op beschutte plaatsen groeit en de dikwerf gesnoeide beukenhagen behouden het afgestorven blad, dat, bruin en droog, de heelen winter door, bij ieder windje kouwelijk ritselt."

De illustraties in dit Verkade-album zijn gemaakt door L. W. R. Wenckebach, Jan van Oort en Jan Voerman jr.

facsimile uitgaven
1e t/m 3e druk: 1975
4e druk: 1982
5e druk: 1985
6e druk: 1997



Blonde duinen

Jac. P. Thijsse (1910)

Blonde duinen

"Nu wij aan een tweede reeks van onze natuuralbums beginnen, mag ik wel eenige woorden zeggen omtrent de bedoelingen en beteekenis van het werk. Wij mogen wel zeggen, dat de oorspronkelijk bedoeling, de bevordering van den bloei der industrie-inrichtingen van mijn vrienden Verkade, langzamerhand op den achtergrond is geraakt. Wie de Jaargetijden-Albums kant en klaar voor zich heeft, zal allerminst den indruk krijgen, van doen te hebben met een reclame-uitgave. Wanneer Wenckebach, Voerman, Van Oort en ik aan 't werk zijn, dan denken wij ook in 't geheel niet aan de mooie fabriek aan de oevers van de Zaan, maar wel aan de vriendelijk eigenaars, die den gelukkigen inval hebben gehad, alles zoo in te richten, dat tienduizenden jongelui op gemakkelijke en weinig kostbare manier in 't bezit kunnen komen van goede gekleurde afbeeldingen van onze Nederlandsche planten en dieren. En wij hopen dat hierdoor bevorderd zal worden de omgang met de natuur."

De illustraties in dit Verkade-album zijn gemaakt door L. W. R. Wenckebach en Jan van Oort.



Uit ons Krijtland

E. Heimans (1911)

Uit ons Krijtland

"Dit boekje is ontstaan tijdens een vacantie-reis en het is bestemd voor de vacantie-tijd van natuurvrienden." Het beschrijft "het verband tusschen het leven van plant en dier en den grond, waarop en waarvan zij leven; daardoor treedt de studie van het landschap als geheel op den voorgrond, en meteen komt de geschiedenis van dien grond op het programma. Uit ons Krijtland Dientengevolge zijn er in dit boekje heel wat bladzijden besteed aan de historische geologie van ons land. (...)
Toch bedoelt het geenszins een bijdrage te leveren tot de geologie van nederland; het beoogt niets dan de belangstelling te wekken van de leeken, en vooral van de jongelui die al van natuurstudie houden, voor dit zoo belangwekkende, zoo belangrijke en toch bij ons zoo verwaarloosde onderdeel der natuurlijke historie."

In 1975 is bij Vroom en Dreesmann en in 1977 bij Natuurmonumenten een fotografische herdruk van dit boekje verschenen.



De bonte wei

Jac. P. Thijsse (1911)

De bonte wei

"Toen ik een jongetje was van een jaar of vier, waren de dieren buiten nooit bang voor mij en ik ook niet voor hen. Wel lag ik 's avonds in mijn bed vaak te droomen van duivels en gedrochten, maar dat kwam door de prenteboeken en door de verhalen van welmeenende ouders en vrienden. Ook was ik er vrij zeker van dat al die verschrikkelijkheden alleen voorvielen in ver verwijderde landen of in 't middernachtelijk uur en zoo kuierde ik dan altijd welgemoed rond in onzen tuin, over de fortwallen, of door de weiden. Wij woonden namelijk heel eenzaam in een fort, dat ergens stond tusschen heiden en weiden.
Soms ging ik met mijn broers, maar ook dikwijls alleen en dan had ik natuurlijk de mooiste ontmoetingen. ik kan mij niet herinneren, dat ik expres uitging, om naar dieren en planten te zien (dat doe ik tegenwoordig wel) maar het liep er toch altijd op uit, dat ik ging zitten op een mooi plekje, waar veel mooie bloemen stonden en dan kwamen er vanzelf allerlei leuke dieren tusschen het gras of op de bloemen tevoorschijn."

De illustraties in dit Verkade-album zijn gemaakt door Jan van Oort en Jan Voerman jr.



De dierenwereld in woord en beeld

E. Heimans (1911)

De dierenwereld in woord en beeld

"Met honderd foto's van dieren kwamen, nu al meer dan een jaar geleden, de uitgevers van dit boek bij mij en vroegen om een bladzijde tekst bij elke afbeelding.
Dat was verleidelijk, ook nog voor iemand die niet gaarne op bestelling en op formaat werkt; want het waren Artis-foto's van onzen Aug. F. W. Vogt, die de eerste was in ons land op dit specifieke gebied, en de knapste. De dierenwereld in woord en beeldDaarbij waren het allemaal voorstellingen van dieren die ik persoonlijk gekend heb, van leeuwen en tijgers, orangs en bavianen, van gieren en valken, die ik zoo vaak in de brutale schuwe oogen heb gekeken, als ik stond na te denken over het raadsel van hun leven en bestaan.
Toch heb ik niet dadelijk toegestemd, daar het mij hinderde, dat aan de eerlijke en machinale en daardoor betrouwbare foto's zou worden geretoucheerd. Maar toen ik de eerste opgewerkte proeven zag, heb ik gaarne beloofd mee te werken aan dit boek; want de uiteraard kleine foto's, met vaak storende achtergrond, met hun onvermijdelijke vlekjes en gebreken, waren in bijzonder mooie zwart- en wit-teekeningen veranderd, sommige met ongelooflijke kunstvaardigheid tot schilderijtjes gemaakt, een lust om te zien; en dat alles, zonder dat aan vorm en wezen van het dier noemenswaardige schade werd gedaan.
Het zijn beelden geworden, die weinig beschrijving meer verlangen. Wat ik er aan toegevoegd heb, zijn, behalve wat bijzonderheden van het dierenleven, enkele gedachten, die zich opdrongen, nu de herinnering aan de dieren door hun portret werd verlevendigd."



Het vogelboekje
Bibliotheek van De Levende Natuur No. I

Jac. P. Thijsse (1912)

Het vogelboekje

"Ik weet niet hoe dikwijls men mij al gevraagd heeft naar een goedkoop boekje, waarvan men zich zou kunnen bedienen, om de vogels van Nederland te leeren kennen, liefst met gekleurde platen van alle soorten, met onderscheiding van mannetjes, wijfjes en jongen voor zoover die in uiterlijk verschillen.
Wel, nu heb ik een boekje gemaakt, dat vst goedkoop is, maar die gekleurde platen kon ik voor zo'n beetje geld niet leveren. Ik heb het zelf ook trouwens in mijn jeugd zonder gekleurde platen klaargespeeld. Het komt er maar opaan, dat je veel wandelt, flink uitkijkt en dat je je waarnemingen kunt vergelijken die van anderen. Het makkelijkst is nog wel, dat je iemand meeneemt, die de vogels kent, en die je vooraf al zegt waarheen je moet kijken, om dien en dien vogel te zien."

2e druk: 1925
3e druk: 1929

Het vogelboekje is het eerste deeltje uit de serie Bibliotheek van De Levende Natuur, onder redactie van E. Heimans, H. W. Heinsius en Jac. P. Thijsse.
De overige deeltjes van deze serie zijn:
2) Het aquariumboekje, E. Heimans (1912);
3 en 5) Het strandboekje,1e deel, 1e en 2e stuk, H. W. Heinsius en J. Jaspers jr. (1913);
4) Geologie-boekje, E. Heimans (1913);
6 en 7) Het paddenstoelenboekje, Cath. Cool en H. A. A. van der Lek (1913).



Het aquariumboekje
Bibliotheek van De Levende Natuur No. II

E. Heimans (1912)

Het aquariumboekje

"Dit boekje bedoelt niets anders dan beginnenden natuurvrienden, die in huis of school een klein of een groot aquarium ter verzorging hebben gekregen, goeden raad te geven. Ik hoop tenminste, dat het raad zal zijn, die vele teleurstellingen voorkomt, of die bij tegenspoed den moed tot volhouden geeft. Ik zal, denk ik hiermede vooral de lezers van In sloot en plas gerieven, die mij zoo vaak om inlichtingen vragen.
Nogeens, wat ik hier ten beste geef, geldt alleen voor een eenvoudig studie-aquarium, zooals ik dit sedert een dertig jaar zelf onderhoud. In hoofdzaak ben ik dan ook alleen met eigen ervaring te rade gegaan. Wie exotische visschen wil houden in verwarmde aquaria, wie de microscopische waterwereld wil bestudeeren of kweekproeven wil neemen met uitheemsche planten, of dieren, moet in grootere en meer speciale werken voorlichting zoeken; daarvan kan ik maar heel weinig mededeelen, daar ik hieraan nog maar heel weinig heb gedaan."

2e druk: 1923



Het Naardermeer

Jac. P. Thijsse (1912)

Het Naardermeer

"We zouden dan een album maken over de dieren en plantenwereld van meren en moerassen. 'Maar waarom niet meteen van 't Naardermeer', zei een van ons, 'Dat is het beroemdste merenmoeras van ons land en van heel West-Europa, want er leven diersoorten die je haast nergens erlders in in deze streken aantreft. Iedereen weet, waar het ligt en de meeste Nederlanders sporen wel een- of meermalen er door, want de drukste spoorbaan van het land kruist het in zijn geheele breedte. En wie er wat voor over heeft, om het eens op zijn gemak te bekijken, kan dat ook gemakkelijk gedaan krijgen, daarvoor behoef je maar lid te worden van de Vereeniging, wier eigendom het is. Bovendien, al onze andere plassen en meren worden mettertijd wel gedempt of drooggemalen, maar het Naardermeer is bestemd, om in lengte van dagen nat te blijven.'
Wel, er was veel voor, en ook veel tegen, doch wij hebben het maar gewaagd en laten u nu een paar beelden zien uit dat wonderlijke en wondermooie landschap. Veel van de dingen, waarvan wij verteld hebben, kunt ge vinden in iedere sloot en langs iedere slootkant, en 't is ook zeer aan te raden, om daarmee te beginnen. Maar de groote, grootsche en zeldzame verschijnselen zijn alleen op de meren zelf te zien, op de plassen van Loosdrecht, Ankeveen, Giethoorn en Eernewoude, en 't allermooist en allerrijkst in ons Naardermeer. Ik hoop u er eens te ontmoeten."

De illustraties in dit Verkade-album zijn gemaakt door L. W. R. Wenckebach, Jan van Oort en Jan Voerman jr.



Het duinlandschap bij Schoorl

E. Heimans en R. Schuiling (1912)

Het duinlandschap bij Schoorl

"Bovenop Neerlands hoogste duin zat de schilder Wenckebach, toen hij dit tafereel op het doek bracht; daar, waar onze schutsmuur tegen de Noordzee tevens het breedst is, ongeveer een uur gaans; aan den hoogen oostrand, die een blik gunt in de vlakte er naast. Een mooi landschap: duinen, vol afwisseling; daarnaast in de laagten en aan den rand bosch, door menschenhand met zorg gekweekt en vermeerderd; aan den voet de huisjes der duinrandbewoners, soms zichtbaar, noordwaards verraden door een der aardige torentjes van 'het armelijke Schoorl'; verder weg de groene weiden van De Zijpe, met verspreide boerenwoningen in het lage polderland, en hier en daar en watermolen, die het hier soms druk kan hebben; links van deze donkere lijn van de zware zeewering, als Hondsbossche tegelijk beroemd en berucht, het beeld van waakzame zorg; en achter den dijk de hier zoo gevreesde Noordzee, die zoo onheilspellend bulderen kan tegen het paalwerk en het bazalt, vooral - zeggen de bewoners - als er slecht weer in aantocht is."

Het duinlandschap bij Schoorl is deel 2 van de serie Nederlandse landschappen geschetst door E. Heimans en R. Schuiling; Handleiding bij de aardrijkskundige wandplaten van Nederland door R. Schuiling en J. M. de Feijter
"Hoe wij ons het gebruik van de Aardkundige Wandplaten van Nederland denken?
De onderwijzer heeft een deel van ons land behandeld; de hoofdfeiten zijn vastgelegd. Hij neme nu een plaat, die bij dat deel behoort, en leere de leerlingen zien, wat ze voorstelt; maar nog niet in onderdeelen.
Het kaartje is namelijk eerst aan de beurt; daar het voor geringen prijs te krijgen is, zouden we het liefst zien, dat iedere leerling er één voor zich had. Nadat is vastgesteld, uit welk hoekje eener kaart van den atlas, die de leerlingen gebruiken, het is gesneden - men geve het op de kaart aan - wordt het uitvoerig behandeld in de geest der Handleiding."

Andere delen in de serie Nederlandse landschappen zijn:
1) Landschap bij een eschdorp (Annen, Drente), R. Schuiling (19..);
3) De Boompjes te Rotterdam, E. Heimans en R. Schuiling (19..);
4) Een veenplas bij Loenen aan de Vecht, E. Heimans en R. Schuiling (1912);
5) Aan de Westerschelde, R. Schuiling (19..);
6 en 7) Stadsgezicht (Amsterdam) en Zuiderzeevaart op het Pampus, R. Schuiling (19..);
8) Aan den Haarlemmermeerpolder, R. Schuiling (19..);
9) Heuvellandschap (Zuid-Limburg, Epen), E. Heimans en R. Schuiling (1913);
10 en 11) Voor Dordrecht en weidelandschap bij Schiedam, R. Schuiling (19..);
12) De Drentse heide, E. Heimans en R. Schuiling (19..);
13) De Maas in Limburg, R. Schuiling en Jac. P. Thijsse (19..);
14) Vlieland en het Vlie, R. Schuiling en Jac. P. Thijsse (19..);
15) Een terp in het noorden van Friesland, R. Schuiling en Jac. P. Thijsse (19..);
16) De bloembollenvelden bij Lisse, R. Schuiling en Jac. P. Thijsse (19..);
17) Vervening te Emmer-Compascuum, R. Schuiling en Jac. P. Thijsse (19..);
18) Het Merwedekanaal, E. Heimans en R. Schuiling (19..);
19 en 20) Gezicht op den Rijn bij Wageningen en kersenboomgaard in de Betuwe, R. Schuiling (19..);
21) Zoutelande, R. Schuiling en Jac. P. Thijsse (19..);
22 en 24) Aan het strand - De Noordzee, R. Schuiling en Jac. P. Thijsse (1923);
23) Een zandverstuiving, R. Schuiling en Jac P. Thijsse (19..);
25) De kolenmijn "Oranje-Nassau I" te Heerlen, R. Schuiling (19..);
26) De zuidoostrand der Veluwe (de Zijpenberg), R. Schuiling en Jac. P. Thijsse (19..);
27) De Landbouw aan de noordkust van Groningen (de Noorpolder), R. Schuiling en Jac. P. Thijsse (19..);
28) Enschede, middelpunt van nijverheid, R. Schuiling en Jac. P. Thijsse (19..).



Uit de dierenwereld van het water
Schetsen in woord en beeld van 't leven der lagere diersoorten

A. J. C. Snijders (1912)

Uit de dierenwereld van het water

"De natuur is onuitputtelijk in hare wonderen. Allerwegen heeft zij die met kwistige hand verspreid, zoowel op en in den duisteren aardbodem als in de blauwe lucht, in de koele wateren van beek of rivier en in de onpeilbare diepten der zee.
En in die wateren was moeder natuur zeker wel het vrijgevigst in het uitstrooien van hare gaven. Beelden van ongeëvenaarde schoonheid, oneindig wisselende vormen, van den zeldzaamsten en avontuurlijksten aard, treffen ons oog bij het beschouwen van die dierenwereld, zoowel in haar rijke verscheidenheid in de kalme binnenwateren, als in haar fabelachtige pracht in de woelende en kokende golven van den oceaan."



Het strandboekje
1e deel, 1e en 2e stuk
Bibliotheek van De Levende Natuur No. III en V

H. W. Heinsius en J. Jaspers jr. (1913)

Het strandboekje

"Hier zijn wij aan het strand.
't Is lekker frisch weer, en we maken een wandeling. Aan de eene zijde hebben wij de mooiste woeste duinen, aan de andere kant komen de witschuimige golven bruisend en plassend aansnellen. Een genot, om dit heerlijke tafereel te zien en naar de muziek te luisteren! Honderden zijn hier met ons, velen uit verwijderde oorden; zee en strand trekken jong en oud.
Ze zoeken niet allen hetzelfde. Wij zijn gekomen, om hier eenge dagen door te brengen en het goede te nemen waar wij het vinden. Nu de wandeling wat lang duurt, laat de groote natuur ons een weinigje los en worden wij opmerkzaam op de kleine dingen. Reeds een poos lang hebben onder onze schoenzolen schelpen en nog eens schelpen gekraakt. We rapen er een paar op. Wat zijn ze mooi! Vorm, teekening, kleur, alles is keurig. Dat wij ze zoo lang gedachtenloos konden vertrappen! Maar nu willen wij de schade inhalen en eens wat gaan zoeken. In korten tijd hebben we een heele verzameling, fijne kunstwerkjes der zee! Voorloopig gaan ze in den zak, voor weggooien is het altijd nog tijds genoeg."



Geologie-boekje
Bibliotheek van De Levende Natuur No. IV

E. Heimans (1913)

Geologie-boekje

"Het zal nu zoowat dertig jaar geleden zijn, dat ik op een vrijen namiddag van Zwolle over het Kleine Veer naar den Trijssenberg wandelde, om van daar over het Katerveer weer naar mijn geboorte-stad terug te keeren.
Dat ik niet den kortsten terugweg nam over het Kleine Veer bij Hattem, had een dubbele reden: de IJsel stond van dijk tot dijk, en golfde als een zee; het had dagen lang bijna aan één stuk gestormd; en nog stonden er witte kuiven op het donkergele water. Ik herinner het mij, of ik het voor me zie.
Het gras tegen den bovenrand van de dijken zag bruingeel in plaats van groen; je kon daaraan zien dat het water nog kort geleden bijna de top van den dijk had bereikt; de IJsel had er klei en zand op achtergelaten; gelijk hij in den ouden tijd deed - toen er nog geen dijken waren - en hij zijn slib ook legde op de vlakke of zwak golvende landen, ver in het rond; zoodat die telkens en telkens meer opgehoogd werden en de rivier zelf al dieper en dieper werd gebed."

2e druk: 1923



Het paddenstoelenboekje
Bibliotheek van De Levende Natuur No. VI en VII

Cath. Cool en H. A. A. van der Lek (1913)

Het paddenstoelenboekje

"Paddenstoelen... ze zijn altijd nog maar weinig in tel. 'Duivelsbrood' is en blijft het voor de meesten en daarmede is al heel duidelijk gezegd hoe men er over denkt: weerzinwekkend duister goedje, nergens voor te gebruiken, alleen goed voor hongerige duivels.
't Is en blijft ons een raadsel, waardoor ze juist hier zoo weinig in tel zijn, ja vaak zoo verfoeid worden - echte verschoppelingen! - terwijl er bijna overal elders ijverig gezocht en bestudeerd worden en op hun juiste waarde geschat; in de eerste plaats wel, omdat ze een gezond en smakelijk voedsel opleveren, doch dan ook - minder baatzuchtig - als bijzondere en mooie dingen, die ieder jaar met vreugde begroet worden, wanneer ze weer als oude bekenden op dezelfde plekjes verschijnen."

2e druk: 1920



Bosch en Heide

Jac. P. Thijsse (1913)

Bosch en Heide

"Wie zwerft niet graag door de bosschen of over de heiden? De tijden, dat ze onveilig werden gemaakt door verscheurende dieren of door roovers zijn lang voorbij en alleen voor de aardigheid spelen wij nog wel eens, dat ze er zouden wezen. Maar verborgen schatten worden er altijd nog gevonden, misschien zelfs hier en daar nog wel eens een pot met gouden rijders of harde dukaten. Daar denk ik echter nooit om, maar wel om levende schatten; bloemen en dieren, zoo mooi en merkwaardig, dat je haast niet zoudt gelooven, ze ooit zoo maar op uw wandelingen an te treffen.
En toch is dat zoo. Uit den zeer rijken voorraad hebben wij een keus gedaan, de meest gewone hebben we u al in de Jaargetijden-albums laten zien. Dat was onze eerste reeks. We besluiten nu met dit album onze tweede reeks (Blonde Duinen, Bonte Wei, Naardermeer en Bosch en Heide) en hopen u in 't volgend jaar te noodigen op een geheel nieuw stel zwerftochten door ons wondermooie Nederland. Daar wordt aan gewerkt, maar 't moet een verrassing blijven."

De illustraties in dit Verkade-album zijn gemaakt door ..



Langs de Zuiderzee

Jac. P. Thijsse (1914)

Langs de Zuiderzee

"In dit boek vertelt een wandelaar vluchtig van wat hij alzoo heeft ondervonden en wat hem door het hoofd is gegaan bij uitstapjes langs en over de Zuiderzee. Als je alles goed zoudt vertellen van al die aardige steden, al die mooie landschappen en van alles wat er in den zomer en in den winter langs die stranden leeft, dan waren daar wel tien albums voor noodig, dat zou om zoo te zeggen "une mer à boire" zijn. We hebben ons echter beperkt en als ge nu zelf de zee gaat bevaren en haar oevers betoeren dan kunt ge 't genoegen hebben, nog weer veel nieuws erbij te ontdekken.
Wenckebach en Voerman hebben alweer twee derden van de plaatjes geteekend, de overige zijn gemaakt door een schilder, die zijn woonplaats niet ver van 't Zuiderzeestrand heeft, den heer Edzard Koning uit Nunspeet.
Ga nu de Zuiderzee zien, eer het te laat is. Want lang zal 't niet duren, of groene polders vervangen de kabbelende golfjes. Hoe dat in zijn werk zal gaan en wat het te beduiden heeft, vertelt een man van zaken in een afzonderlijk hoofdstukje"

De illustraties in dit Verkade-album zijn gemaakt door ..



De Vecht

Jac. P. Thijsse (1915)

De Vecht

"Ditmaal zijn we niet ver gegaan. Al de tochten, in dit boek beschreven kunt ge per auto in een halven dag, per fiets in twee dagen en per voetenwagen in minder dan een week volbrengen. Dat geeft het voordeel, dat ge ze dubbel en dwars kunt doen en dat is in onze Vechtsreek ook dubbel en dwars waard met zijn rijk en schoon verleden en zijn belangwekkend heden. Menschenwerk en natuur hebben zich vereenigd om dit stukje van Nederland een ware vreugd te doen zijn voor ieder die er wandelt. Wij hopen, dat ge er ruim van zult genieten."

De illustraties in dit Verkade-album zijn gemaakt door ..



Het wondere leven der paddestoelen

D. J. van der Ven (1915)

Het wondere leven der paddestoelen

"Als in den nazomer de paddenstoelen en zwammen geheimzinnig verschijnen in bosch en veld, op weiden en akkers, langs wegen en slooten, wordt de studie der fungi door velen gaarne weer opgenomen onder de genoegens, die het buitenleven bij den uitgang van het jaar biedt.
Geheimzinnig, dat zijn paddenstoelen zeker. Het plattelandsvolk heeft altijd een zekere schuchterheid voor ze gevoeld, schold de vergiftige soorten uit voor satansbrood en heksengebroed, sprak van duivelseieren en heksenbezems, van elfenzetels en oreadenringen en weefde om die vreemde herfstproducten verhalen, vol van een aantrekkelijk naturalisme."

Het wondere leven der paddestoelen is deel 2 van de serie Photo-uitgaven van de Meulenhoff-editie. De overige delen van deze serie zijn:
1) Ons mooie Nederland; Gelderland I, D. J. van der Ven (±1915);
3) De torens zingen!, D. J. van der Ven (±1915);
4) Bloemen, D. J. van der Ven (1916);
5) Wilde dieren, H. W. Heinsius (1916);
6) Ons mooie Nederland II; De Gelderse Achterhoek, D. J. van der Ven (±1917);
7) Vogelleven in Nederland, A. B. Wigman (1917);
8) De Nederlandsche nationale kleederdrachten, Th. Molkenboer (±1917);
9) Ons mooie Nederland; Utrecht, J.D.C. van Dokkum (1918);
?) Sierplanten voor huis en tuin, Henriette Schilthuis (1924).



Bloemen
Als onze wilde planten vertellen konden van volksgewoonten en volksgeloof - plantlore

D. J. van der Ven (1916)

Bloemen

"In de laatse jaren heeft zich een wetenschap ontwikkeld, die ons in geordend maar zeer heterogeen materiaal den vollen rijkdom doet beseffen van het verdwijnenende volksleven, zooals dat zich nog uit in tal van handelingen, die door den gang der evolutie voorbestemd zijn te verdwijnen. Deze tak van wetenschap is de nog jonge studie der volkskunde.
Een ondderdeel van het groote gebied, dat de algemeene landsgebruiken in de volks-religie, het volksleven en de volkswetenschap omvat, is de plantlore.
De plantlore als kennis van de betrekking der plant tot het volksleven en het volksgeloof weet niets van het voor velen afschrikwekkende systematiseeren, van moeilijke bloemen- en planten-determinaties en, daar zij zich bezig houdt met het raadselachtige leven, met sagen en legenden, met sprookjes en verhalen, die de volkswetenschap door de eeuwen heen in verband heeft gebracht met het komen en gaan der wilde planten in bosch en duin, lang vaart en en plas, op de heide en in de weide."



De IJsel

Jac. P. Thijsse (1916)

De IJsel

"We hadden nogal moeite, om in 1915 een rustig stukje Nederland te vinden, waar we ongehinderd konden wandelen en teekenen. Op menige plaats vreesden we belemmerd te worden door de mobilisatie en wat daar al zoo mee samen hangt. Ten slotte zijn we terecht gekomen aan den Gelderschen IJsel en het heeft ons niet berouwd, want we vonden daar mooie oude steden, vriendelijke dorpen, trotsche kasteelen, fraaie buitens en bovenal een rijke natuur vanwoud en heuvelen, weilanden, boomgaarden en akkers en stille binnenwateren langs den breeden stroom. Het is ons alweer een groot genoegen geweest, dit album saam te stellen als een kleine opwekking aan ons Nederlandsche volk, om de schoonheden van ons eigen land door eigen aanschouwen te leeren kennen en tegelijk eens lekkertjes uit te zijn."

De illustraties in dit Verkade-album zijn gemaakt door ..



Uit de natuur

E. Heimans (1916)

Uit de natuur

Dit boekje is een bloemlezing uit het werk van Heimans, na zijn overlijden verzameld door zijn dochter H. E. Heimans. Het grootste deel is gekozen uit de wekelijkse artikelen die gedurende een twaalftal jaren van zijn hand in de Groene Amsterdammer verschenen. Verder zijn er enige opstellen bijgevoegd uit het tijdschrift De Levende Natuur en fragmenten uit enige andere geschriften"



Wilde dieren
Naar het leven gefotografeerd door Aug. F. W. Vogt

H. W. Heinsius (1916)

Wilde dieren

"Wat het aantal soorten betreft vormen de Zoogdieren volstrekt niet de talrijkste klasse van het Dierenrijk. Reeds onder de Gewervelde Dieren worden zij in dit opzicht overtroffen door de Vogels en de Visschen; en onder de overige is, bij voorbeeld, het aantal Insekten onnoemelijk veel grooter.
Maar toch zijn er zooveel onder, die bijzonder onze aandacht trekken, hetzij door hun grootte, hun levenswijze of nut, dat zij voor den mensch afwerpen, dat het geen wonder is, wanneer zij een groot deel van onze belangstelling op zich vereenigen.
Ook in onze diergaarden zijn zij steeds ruimschoots vertegenwoordigd en in dit boekje zullen we ons voornamelijk bezig houden met de daar aanwezige soorten; bijna alle afbeeldingen zijn vervaardigd in onzen wereldberoemden Amsterdamschen dierentuin van het Koninklijk Zoölogisch Genootschap 'Natura Artis Magistra'."



Vogelleven in Nederland
De in ons land wonende vogels, in het bijzonder de broedvogels, naar geluid en kleed, voorkomen en hoedanigheden

A. B. Wigman (1917)

Vogelleven in Nederland

"Dit pretentielooze boekje beoogt niet anders dan de velen, die nog door het leven gaan, doof voor de stemmen en blind voor het schoone van de meest aanterkkelijke onzer natuurschepselen, de vogels, op te wekken, tot een leiddraad te wezen en, mocht het zijn, tot waardeering en genieting te brengen, welke ook de meest elementaire en populaire studie van onze rijke vogelwereld ongetwijfeld schenken moet aan ieder, die zich met ontvankelijk gemoed tot luisteren zet en met open oog het mooie weet te betrachten."



Friesland

Jac. P. Thijsse (1918)

Friesland

"Ditmaal hebben wij het in Friesland gezocht, en ik mag wel zeggen, wij hebben het gevonden ook. Want dat gewest geeft een afwisseling van velerlei moois te water en te land, oud en nieuw. Wij hebben er heel wat rondgezworven, maar zijn er zeker van, dat we nog menig mooi en belangrijk plekje gemist hebben. Dat is maar goed ook; nu hebben wij een reden, om nog dikwijls terug te keeren naar de plaatsen, waar het ons zoo goed bevallen is en waar wij nu nog nieuwe en frissche dingen kunnen ontdekken. Indien gij daar ook aan wilt doen, zult ge het u niet beklagen."

De illustraties in dit Verkade-album zijn gemaakt door ..



Ons mooie Nederland
Utrecht

J. D. C. van Dokkum (1918)

Ons mooie Nederland; Utrecht

"Mag ik u uitnoodigen, waarde lezer, eenige Stichtelijke uren met u door te brengen? ... Neen, schrik niet, ik bedoel geenszins uren gewijd aan de stichtelijkheid, maar uren aan "het Sticht" gewijd. Ik zou mij trouwens al zeer in u moeten vergissen, indien ik mij niet overtuigd kon houden, dat ge onmiddelijk hebt begrepen, dat mijn woordspel doelde op den ouden naam der provincie Utrecht. Ik kan mijn spijt niet verhelen, dat ze dien spitsen en korten naam, welke alleen nog in den mond van den spraakmakende gemeente leeft, ook op onze landkaart niet heeft mogen behouden: hij zou de provincie op praktische wijze hebben onderscheiden van haar hoofdstad, de zich snel en krachtig ontwikkelende gemeente Utrecht. Wellicht waren het overwegingen van onstichtelijken en bekrompen aard, die dit verhinderden, want "Sticht" beteekent een landstreek, die bisschoppelijk rijksgebied is, en de hervorming had over de wereldlijke macht der prelaten den staf gebroken. Aldus kreeg het land dat haar omgaf, den naam der stad Utrecht (Ultrajecteum of Trajectum ad Rhenum) die een overvaart of veer aan den Rijn was geweest, en men kan mij bezwaarlijk een mening misgunnen, dat dit voor een stad een bizonder eigenaardige, maar voor een provincie een zeer ongepaste benaming is."



De schelpen van ons strand en hoe ze te herkennen

L. Dorsman Czn. (19..?)

De schelpen van ons strand

"Ongetwijfeld bestaat er bij het publiek een latente belangstelling voor schelpen: weinigen toch zullen ongevoelig blijven voor den eleganten vorm en de schoone kleuren dezer hoogst aantrekkelijke natuurvoorwerpen. Reeds kinderen verzamelen ze 's zomers aan het strand en de meeste jeugdige badgasten bewaren thuis als doux souvenir aan de heerlijke uren, aan de zeekust doorgebracht, een doosje of sigarenkistje, gevuld met veelkleurige schelpen."



Langs strand en dijken

L. Dorsman Czn. (19..?)

Langs strand en dijken

"Ontegenzeggelijk is er in den laatsten tijd een streven onder de natuurliefhebbers ontstaan om zich meer dan vroeger te interesseeren voor de studie der flora en fauna van ons strand. En dit streven is alleszins te begrijpen! Want inderdaad zijn er weinig onderwerpen, zóó aanterkkelijk, zóó afwisselend en zóó opwekkend tot denken als dit, en men moet er zich werkelijk over verwonderen, dat in een land met zulk een groote kustlijn als het onze de aandacht der natuurliefhebbers zich eerst in den laatsten tijd op dit studiemateriaal heeft geconcentreerd. Ongetwijfeld heeft ook hier weer het ontbreken van geschikte literatuur een groote rol gespeeld en het is om dit euvel eenigermate tegemoet te komen, dat ik mij gezet heb tot het schrijven van 'Langs strand en dijken'."



Sprekende dieren

G. J. Visscher (19..?)

Sprekende dieren

"Wie wel eens op Java geweest is, weet, dat daar boschen zijn, zoo groot, dat het Zeisterbosch en het bosch van Middachten samen er maar een groepje boomen bij zijn. En dan de maboeboschen, en de rietvelden en de rijstvelden! Daarbij zijn er een massa werkende en uitgedoofde vulkanen met grotten en spelonken, waarvan men den ingang bijna niet vinden kan door al het groen en de heesters.
Aan dat alles hebben wij, tijgers, het te danken, dat het ons daar op Java niet gegaan is, zooals met met de wolven en beren in Nederland. Van hen is de laatste reeds sedert tientallen van jaren gevallen door den kogel van den jager; wij zullen het daar op Java nog wel een poosje volhouden. Toch wordt het ook daar jaar op jaar minder veilig, zoolas ik trouwens zelf tot mijn schade ondervonden heb."



Geologie van Nederland

W. N. G. van der Sleen (1920)

Geologie van Nederland

"Nu de Evolutieleer hoe langer hoe meer haar rol begint te spelen, ook in het Middelbaar Onderwijs, moeten daar de Geologie en de Palaeontologie ook hunne plaats gaan innemen.
Lang vóórdat de kennis van de hoofdtrekken der Geologie Van Nederland op het leerstofprogram der H.B.S. voorkwam, heeft zeker menige leraar in de Ntuurlijke Historie zich genoodzaakt gezien zijn leerlingen een kort overzicht te geven van de wordingsgeschiedenis der aarde en de ontwikkeling van het planten- en dierenleven daarop. Daarnaast moet op vele plaatsen, in de hoogere klassen vooral, bij de aardrijkskundeles de tegenwoordige toestand van onzen bodem en zijn ondergrond, zooals die in het tweede deel van dit boekje behandeld worden, ter sprake komen, terwijl enkele hoofdstukken hieruit, zooals b.v. dat over het Limburgsche Krijt, de Veenvorming enz., bij het onderwijs in de Natuurlijke Historie weer hun diensten zullen kunnen bewijzen."



Samen de natuur in

W. E. de Mol (1921)

Samen de natuur in

"Deze eenvoudige schetsen, die in de jaren 1912, 1913 en 1914 ten deele reeds gepubliceerd werden, zijn niet in de eerste plaats geschreven voor hen, die de Natuur in al haar schoonheid gevonden hebben, doch voor degenen, die haar zoeken.
Ze kunnen wellicht in deze periode van verwarring en disharmonie een welkome verpoozing bieden en een zucht doen ontstaan naar meer verdieping in de problemen van het natuurleven. Zelfs het meest simpele natuurobject kan ons het hoogste genot bieden, is bij machte, ons op te voeren tot philosophische en nobele gedachten.
Ik spreek hier uit eigen ondervinding en behoef slechts terug te denken aan het vele dorre en troostelooze, dat ik jaren achtereen in den mobilatisatietijd heb moeten medeleven. Hoe herinner ik mij b.v. die lange, trage uren van den wachtdienst in wintertijd. En hoe konden ze toch door wat mosplantjes, paddestoelen of doode vruchtstengels tot onvergetelijke oogenblikken worden!"



Het Artisboek
eerste en tweede deel

A. F. J. Portielje en S. Abramsz (1922), met afbeeldingen naar foto's van A. J. W. de Veer

het Artisboek

"Welkom in Artis, lezeressen en lezers!
Gaat het u als ons, dan gevoelt ge u, na het draaihekje te zijn doorgegaan, dat u toegang geeft tot wat we eens hoorden noemen 'een oase in de Amsterdamsche woestijn', als in een andere wereld.
Het heugt ons als de dag van gisteren, hoe we als kinderen, glurend tusschen de spijlen door van het Artishek in de Kerklaan, werden bekoord en gelokt door het schoone en wondere, dat we, vand en openbaren weg af, meer of minder duidelijk onden zien en dat ons zoo veel méér nog deed vermoeden; wat een feestdag het ons was, wanneer we, ja, we zouden haast zeggen, den gewijden grond mochten betreden, die zoo vaak het doel van ons verlangen, het voorwerp onzer droomen was; wanneer we met eigen oogen de wondere dingen en dieren mochten aanschouwen, uit alle deelen der wereld bijeengebracht en hier met liefde bewaard en bewaakt, met toewijding en kennis van zaken verzorgd.
Welkom in Artis - hartelijk welkom!"



Van muggen en malaria

Jac. P. Thijsse (1924)

Van muggen en malaria

"In het vroege voorjaar van 1923 vroeg de Inspecteur der Volksgezondheid in Utrecht en Noord-Holland, Dr Aldershoff, mij, of ik een boekje zou willen schrijven ter bevordering van de bestrijding der malaria door de plattelandbevolking zelve. (...)
Ik heb er met grote vreugde aan gewerkt en onderzoekend en schrijvend is bij mij de overtuiging steeds sterker geworden, dat ook voor de malariabestrijding het meest verwacht kan worden van den onderwijzer, die in dit en andere opzichten veel eerder dan zijn leerlingen den eeretitel mag dragen van hope des Vaderlands."
De problematiek van malaria is mogelijk weer actueel. In het kader van natuurontwikkeling worden er op diverse plaatsen in Nederland moerasgebieden aangelegd. Soms in de nabijheid van bewoond gebied.



Sierplanten voor huis en tuin

Henriette Schilthuis (1924)

Sierplanten voor huis en tuin

"In de jaren, dat ik distels, stroobloemen en siergrassen kweekte en droogde, is mij meer dan eens gevraagd geworden, hoe of ik ze toch zoo mooi en gaaf kreeg, zoo groot, zoo sprekend van kleur, of ik ze verfde en zoo meer. Daar ik er echter niets bizonders aan deed, het enkel zorg was en ondervinding, hoe men deze planten in het algemeen en ieder in het bizonder moet behandelen en dus ieder ander het zelfde resultaat kan verlrijgen als ik, wil ik iets vertellen van mijne ervaringen op dit gebied, zoowel wat het kweeken als wat het drogen betreft."



Mijn aquarium

A. F. J. Portielje (1925)

Mijn aquarium

"Aan een venster op 't Zuid-Oosten prijkt in kostelijke schoonheid van fijn-opbloeiende kleuren en sierlijk wisselend bewegen, mijn eenvoudig kameraquarium. Prettig om naar te zien en er altijd wel iets belangwekkend aan te beleven, dit "onder-water-wereldje-in-'t-klein", met zijn verschillende lustige vischjes en 't verholen bedrijvig zoetwater-krabbetje, zijn bevallig kronkelende salamanders en pekzwarte, zilverbuikige watertor. Als stille droomerige gestalten gaan ze je voorbij door den smaragden schemer van goud-groen oplichtende Vallisneria en guirlanden van exotisch Vederkruid, welig-donkere Cabomba en teer-sprietend Pilvarentje."

De illustraties in dit Verkade-album zijn gemaakt door ..



Ranke wieken
Vogel idyllen

J. Vijverberg (1925)

Ranke wieken

Het vogelleven van Nederland bloeit het rijkst op de eilanden en daaronder nemen Texel en Schouwen de eerste plaats in, Texel voor de Wadden, Schouwen voor het gebied van de Zuid-Hollandsche en Zeeuwsche stroomen. Beide eilanden zijn in de laatse jaren geliefd studieveld geworden voor ieder, die nader bekend wenscht te worden met de heerlijke vogelwereld van Nederland. Duin en strand, weide en akkers, bosch en plantsoen, dijkglooiïng en inlagen vertoonen er haast alle vogels, die op dergelijke plaatsen verwacht mogen worden en sommige van de zeldzaamste in grooten overvloed. Wij willen hier niet treden in een vergelijking van de twee eilanden, hoe aanlokkelijk het onderwerp ook zij, doch alleen er even op wijzen, dat Schouwen in zijn Inlagen terreinen bezit, waar een zeer eigenaardig en bont vogelleven zich op waarlijk eenige wijze in vollen rijkdom heeft kunnen ontwikkelen. Wat daar in de broedtijd te zien is aan meeuwen en sterns en strandvogels van allerlei aard, moet zelfs hem, die zich niet met de studie der vogels inlaat vervullen met bewondering."
(Uit het voorbericht door Jac. P. Thijsse)



Artis-leven

Anna van Gogh-Kaulbach (1926)

Artis-leven

"Wie Artis kent van een enkel bezoek of misschien alleen van prenten of beschrijvingen, houdt in zijn verbeelding den tuin, zooals hij is in den zomer, als de breede ingangslaan, zwaar van groen, de bonte kleurschittering leeft der schommelende papegaaien en kakatoe's; als de lucht vol is van hun schel gefluit en geschreeuw, waarnaast kindergejuich bescheiden klinkt.
Telkens als ik die laan binnenkom op een zomerdag, hervoel ik iets van de popelende verwachting, die in onzen kindertijd een bezoek aan Artis tot één van de heerlijkste vacantie-genoegens maakte. Alleen reeds de laan met de papegaaien bracht een visioen va eindeloos genieten; en dan te weten, wat daar alles nog achter lag, alles wat je kende en dat toch telkens weer nieuw leek. Wan 't vorige bezoek was een half of een heel jaar geleden en het toen geziene reeds omhangen met den droomschijn der herinnering. In je kinderhart welde, jezelf maar half bewust, de angstige vraag op, of alles nog wel zoo zijn zou als de vorigen keer, en er was geruststelling in het zien van den harigen bruinen kameelkop op 't pad vlak bij den ingang; nu durfde je verwachten, dat alles misschien nog veel mooier zou zijn dan het leefde in je herinnering."



De bloemen in onzen tuin

Jac. P. Thijsse (1926)

De bloemen in onzen tuin

"Dit is geen handleiding of gids of leerboek, maar alleen een eenvoudig relaas van sommige der vele genoegens, die wij kunnen smaken in een tuin, klein of groot. Wij houden van de bloemen niet alleen om hun schoonen vorm, hun levendige kleuren, hun fijnen geur, maar ook omdat het levende wezens zijn, ieder er op ingericht, om het zoo goed mogelijk te hebben in het land, waar ze thuis behooren. Wij hebben in onzen tuin zoowel planten uit ons eigen land of werelddeel als uit Amerika en Japan en alle hebben zij zich te schikken in de ruimte, die wij hun geven. Over het algemeen doen zij dat wonderwel en de vreemdelingen sluiten vaak aardige vriendschap met de Nederlandsche bijen en vlinders. Als wij gereisd hebben, dan konden we vele van die vreemdelingen aanschouwen in hun tehuis, waar wij als vreemdelingen kwamen en nu herinneren die bloemen in onzen tuin ons zeer aangenaam aan de wijde, wijde wereld en aan dagen van voorheen. Het is de bedoeling van dit boek, om deze stemming te bevorderen bij hen, die zich kunnen verheugen in het bezit van een tuin of tuintje."

De illustraties in dit Verkade-album zijn gemaakt door ..



Het dierenleven in onze bosschen

M. de Koning (1926)

Het dierenleven in onze bosschen

"Wie spreekt en schrijft niet graag over dat, wat hij heeft leeren zien en bewonderen!
En dit mede te deelen aan zooveelen, die hier nog sceptisch, ja soms onwillig tegenover staan, mag wel haast een voorrecht worden genoemd.
Eén ding viel mij zwaar. Ik moest geen dik maar een dun boek schrijven, en het is moeielijk om kort te zijn wanneer men zijne gedachten laat gaan over het bosch en zijn bewoners.
Ik hoop, dat het werkje door velen gelezen mag worden en dat het belangstelling mag wekken voor het bosch in het eigen land en de dieren die toch er een deel van uitmaken.
In onze tegenwoordige tijden, nu snelverkeer, woningbouw, uitbreiding van steden en dorpen veler aandacht vragen, kan een blik op dat, wat we bezig zijn te verwoesten, geen kwaad."



Texel

Jac. P. Thijsse (1927)

Texel

"Men noemt Zwitserland wel eens speelveld van heel Europa. Bergsport, Wintersport, maar bovenal de aanschouwing van de heerlijke Planten- en Dierenwereld en van de bouw van bergen en dalen, kloven en gletschers geven gelegenheid tot veredelend genieten. Speelvelden van dien aard hebben wij ook in ons land en het voornaamste daarvan wordt wel gevormd door de Noordzee-eilanden en de waddenzee. Van de eilanden is zonder twijfel Texel het schoonste en rijkste. In dit album hebben wij gepoogd U daarvan het een en ander te vertoonen."

De illustraties in dit Verkade-album zijn gemaakt door ..



De Hondsrug
Uitgaven der Nederlandsche Natuurhistorische Vereeniging No. 2

J. Botke (1928)

De Hondsrug

"Door het Hoofdbestuur der Nederlandsche natuurhistorische Vereeniging, onze N. N. V., werd mij opgedragen een boekje te schrijven over de Hondsrug.
Het moest een beeld van het landschap geven, bekeken door een natuurhistorische bril.
Een andere eisch was, dat de beschrijving 'populair' gehouden moest worden. - Nu kan men hieraan op verschillende wijzen voldoen. Men kan alles, wat naar wetenschap riekt, schrappen en onververmeld laten; men kan echter ook alle te pas komende wetenschappelijke kwesties aansnijden, maar dan zoo, dat ook een niet-geschoolde in vak-terminologie het kan lezen. De tweede wijze leek me de beste toe.
Het boekje is geen jacht op zeldzaamheden geworden.
Aan de 'gewone' planten is zooveel moois te zien, haar leven is nog zoo vol vraagstukken, dat we ze werkelijk niet voorbij behoeven te loopen, en de natuurliefhebbers zijn gelukkig nog niet zoo blasé, dat ze alleen maar naar z.z.z. planten willen omzien."

De Hondsrug is het tweede deel van de serie Uitgaven der Nederlandsche Natuurhistorische Vereeniging onder redactie van Jac. P. Thijsse en J. Botke.
Andere delen van deze serie zijn:
No. 1: Gallenboekje, A. Joman;
No. 3: De Nederlandsche land- en zoetwatermolusken, L. Dorsman Czn. en I. A. J. de Wilde (1929);
No. 4: De vorming van de Nederlandsche duinkust, P. Tesch (1935);
No. 5: Botanische landschapstudies in Nederland, W. Feekes, A. Scheygrond en D. M. de Vries (1940).



De luister van het land

J. B. Bernink e.a. (192.)

De luister van het land

"Rond de grote waterspiegels onzer heidelandschappen, waarin zich het bruine heidekruid, de blanke berk en het witte wollegras verdubbelt tegen de heerlijk blauwe hemel als achtergrond, groeit tussen veenmos en gagelstruiken een allerliefst plantje. In de bloemenmaand Mei moet het de zoekende wandelaar opvallen door de rose bloemsteeltjes aan de top der stengels, waaraan een fijn rose urntje hangt. Het bloemblad ener roos is niet zoo teer als dit wilde bloempje. (...)
Rotsbes heet dit mooie plantje in eenvoudig Hollands, een naam al even op een dwaalspoor brengend, als zoovele andere vertaalde en ingevoerde benamingen.
Andromeda polifolia L. betekent, dat Linnaeus, de grote Zweedsche natuurkundige, die ook in ons land gewoond heeft, deze plant van een wetenschappelike naam heeft voorzien."



De tooi der getijden
Nieuwe zwerftochten naar de bronnen van vreugde en schoonheid

J. B. Bernink, Jac. P. Thijsse e.a. (1928)

De tooi der getijden

"Als het zoo heel echt warm, zomerwarm, hondsdagen warm is, dan moet je niet thuis blijven, maar het open water opzoeken, of de open hei of het hooge duin, vooral het duin, en dan de hoogste top, die je vinden kunt. Daar waait altijd een koel windje, je hebt een heerlijk uitzicht over heuvels en dalen, boschjes en vlakten naar de verre zee, onophoudelijk komen vogels van allerlei pluimage de eenzaamheid opvroolijken en als de duintop zelf niet al te dor is, dan zijn er altijd nog de bloemen, groot en klein, zeldzaam en gewoon, die u uren lang kunnen bezighouden."



Kamerplanten

A. J. van Laren (1928)

Kamerplanten

"Een Verkade's Album over kamerplanten! Is er een mooier middel denkbaar om de liefhebberij voor het kweeken van planten in huis te bevorderen dan juist zulk een album, waarin door woord en kunstvolle plaatjes tal van mooie plantensoorten, die als kamerplanten vreugde kunnen geven, onder de aandacht van een zeer grooten kring van menschen, jeugdigen en ouderen, worden gebracht? Toen dan ook de heer Jac. J. Koeman mij namens de firma Verkade te Zaandam kwam vragen, of ik genegen zou zijn, zulk een kweekboek te bewerken, heb ik mij niet lang bedacht en deze zeldzame gelegenheid graag aangegrepen, om dit mooie doel te dienen.
De soorten zijn met overleg gekozen en voor elk is de verzorging aangegeven, terwijl daarenboven een paar hoofdstukken zijn gewijd aan algemeene wenken en voorschriften voor de cultuur en de vermeerdering in huis."

De illustraties in dit Verkade-album zijn gemaakt door ..



De land- en zoetwatermollusken van Nederland
Uitgaven der Nederlandsche Natuurhistorische Vereeniging No. 3

L. Dorsman Czn. en Iz. A. J. de Wilde (1929)

De land- en zoetwatermollusken van Nederland

"We hebben dit boekje geschreven om een leemte aan te vullen in onze natuurhistorische literatuur. Immers tot nu ontbrak een populair-wetenschappelijk werk over onze land- en zoetwatermollusken, wat ten gevolge heeft gehad, dat de studie dezer dierengroep hier te lande betrekkelijk weinig beoefenaars heeft gevonden. Dit is zeer jammer. De mollusken toch bieden, zoowel wat hun biologie als wat hun vormenrijkdom betreft, zóóveel interessants, dat de kennismaking met deze dierengroep voor meenigeen een bron van groot genot kan worden. Daareenboven is dit studieveld nog niet zóó afgegraasd als vele andere en biedt het daardoor gelegenheid tot het doen van aardige waarnemingen en ontdekkingen. We hopen dan ook, dat ons boek vele nederlandsche natuurliefhebbers moge opwekken, een deel van hun tijd te gaan wijden aan de studie der Nederlandsche land- en zoetwaterweekdieren. We kunnen wel haast met zekerheid voorspellen, dat ze hiervan geen berouw zullen hebben."



Langs eenzame paden
Uit de levende natuur van heide, bosch en zand

A. B. Wigman (1929)

Langs eenzame paden

"Want, gelukkig, er bleef nog veel gespaard. Wie zijn standpunt weet te kiezen, kan hier op de Veluwe nog een indruk krijgen van wijde heide, al is het dan ook geen "eindelooze" want overal in het rond blauwen allicht de bosschen of blinkt een rood dak temidden van nieuwe akkers of hooilanden. Zelfs bestaat er nog vochtige hei met venige plekken, waar nog alle drie onze soorten van zonnedauw bloeien, waar in den voorzomer de bonte orchideeën staan met het fraaie cipelgras en waar in den nazomer de diepblauwe groote klokkebloemen van de Gentianen de kleurige hommels lokken. Nog balderen bij het ochtendkrieken van den lentedag de dolle korhanen op de heide, de roode vos sluipt langs den greppel, uitgeketterd door het parmantig eekhoorntje."
(Uit het voorwoord van Jac. P. Thijsse)



Paddenstoelen

Jac. P. Thijsse (1929)

Paddenstoelen

"Van de vele soorten van paddenstoelen die in ons lieve land groeien, hebben wij hier ongeveer een gros afgebeeld. Over de keuze zullen wij niet twisten. Zonder moeite zouden wij een dertigtal kunnen vervangen door dertig andere, die minstens even mooi en belangrijk zijn. Maar ik hoop, dat dit eenvoudig en beknopt album u toch duidelijk kan maken, welk een schat van schoonheid en kennis in deze plantengroep wordt geopenbaard."

De illustraties in dit Verkade-album zijn gemaakt door ..



Uit de levende natuur
Een serie leesboekjes voor de hoogste klassen der lagere school (4 deeltjes)

Jac. P. Thijsse (1930)



Zeewateraquarium en terrarium

A. F. J. Portielje (1930)

Zeewateraquarium en terrarium

"Wanneer we, uit den klaren dag van den zonnigen Artis-tuin in de vestibule van ons beroemd Aquarium aangeland, de breede trappen opgaan, die naar de geheimvol duistere Groote Zaal voeren, voelen we ons als staande aan den ingang eener vreemde, gansch buiten ons zelf liggende schoone wereld.
Als door de geopende kijkvensters van Kapitein Nemo's "Nautilus" slaan we een blik in het geluidenlooze rijk der zee. Wondermooie visschen zien we voorbij glijden; kreeften statig aanwandelen, in hun kleurige pantsers, met wirwar van sprieten, scharen en pooten. Vreemd doorschijnende bloempoliepen, de prachtige anemonen, anjelieren, dahlia's en chrysanten der zee, met veeltallige, stralend uitgebreide vangarmen, bloeien op in wazige waterverte, temidden van fluweeldonkere of goudgroen oplichtende wiergroeiselen en stijlvolle koraalgewassen. Wat is dat alles mooi en bijzonder, zoo heel anders bovendien dan 't ons meer vertrouwde, schoon toch ook vreemd-exotische leven van dieren en planten, die den tuin van 'Natura Artis Magistra' bevolken."

De illustraties in dit Verkade-album zijn gemaakt door ..



Pette's album voor cactus-liefhebbers en hen die het willen worden

G. D. Duursma (1931)

Pette's Cactus-Album

"Als men de naam 'Cactus' noemt, dan weten zoo goed als alle bloemenliefhebbers wel, welke plant bedoeld wordt.
Het woord 'Cactus' roept voor veler bewustzijn een vensterbank vol kleine potjes, prijkende met die eigenaardig-vreemde stekelbolletjes, welke ook in de étalages der bloemenwinkels allerwegen worden aangeboden.
Toch is de voorstelling, op deze wijze van de Cactussen verkregen, niet geheel juist. De miniatuurplantjes, zooals wij die bij de bloemisten zien geëtaleerd, bezitten weinig van de karaktertrekken door haar soortgenoten in de vrije natuur geopenbaard.
Dan moet men ze zien langs de berghellingen van het Andesgebergte of op de woeste plateaux van deMexico. Daar verheffen de Cactussen zich als machtige zuilen van meer dan tien meter hoogte, welker takken als reuzen kandelaars ten hemel wijzen."



Cactussen

A. J. van Laren (1931)

Cactussen

"Dit cactussenalbum is gewijd aan de karakteristieke schoonheid, de mystieke herkomst en de wonderlijke vormen der thans zoo populaire Cactussenfamilie, als uitzonderlijk verschijnsel in de plantenwereld."

De illustraties in dit Verkade-album zijn gemaakt door ..



Het aquarium en zijn bewoners

H. van Laar (1931)

Het aquarium en zijn bewoners

"Wie dieren wil houden, moet eerst degelijke voorzorgsmaatregelen treffen. Ja, je moet eigenlijk het gevoel hebben: 'Kom, ik krijg straks eenige maanden logees en ze zullen het goed bij me hebben.' Je moet er echt plezier in hebben de boel es piek-fijn voor mekaar te maken. Anders, laat het asjeblieft, dan loopt het toch maar op narigheid uit.
En van meet af aan moet het bij je vast staan, dat de dieren straks weer hun vrijheid terug krijgen. Beesten moet je houden om ze te leeren kennen in hun doen en laten, niet om ze te hebben. 't Is nou eenmaal onmogelijk dieren gade te slaan in hun eigen omgeving, zoo, dat je hun levensgewoonten binnen niet al te langen tijd leert kennen. Daarom breng je ze zoolang onder in een tijdelijke woonplaats, die zoo veel mogelijk een nabootsing is van hun natuurlijke. Al die aquariums, om van een goudvisschenkom nou maar niet te praten, die niets meer dan pronkstukken zijn, die kun je van mij cadeau krijgen."



In en om het aquarium

H. van Laar (1932)

In en om het aquarium

"Wanneer slechts een klein gedeelte waar is van de verhalen, die er in omloop zijn aangaande de gulzigheid en de vraatzucht van den snoek, dan is dat nog ruimschoots voldoende om deze als de haai van het zoete water te kenschetsen. En ongetwijfeld, een ieder die een klein exemplaar van dezen algemeenen maar zeer fraaien roover, een tijdlang in een aquarium onderkomen verschafte, zal kunnen getuigen van zijn onverzadigbaarheid."



Vetplanten

A. J. van Laren (1932)

Vetplanten

"Met de verschijning van dit Vetplantenalbum, dadelijk op het in 't vorig jaar verschenen Cactussenalbum, is het doel, om een aansluitend overzicht en betrouwbare beschrijving te geven van een aantal der mooiste soorten uit de geheele, over de wereld verspreide, vormengroep van vetplanten, bereikt. Want, hoewel beide albums op zichzelf staan en elk een afgesloten geheel vormt, bieden zij te zamen een volledig overzicht dezer hoogst belangwekkende planten, waardoor de liefhebber in staat wordt gesteld daaruit vele der schoonste en merkwaardigste soorten te kiezen, te leeren kennen en kweeken."

De illustraties in dit Verkade-album zijn gemaakt door ..



Strandwandelingen
Eerste en tweede deeltje

R. Horreüs de Haas (1933)

Strandwandelingen

"Aan de uitnoodiging der redactie tot het schrijven van bijgaand deeltje in de serie der natuurvrienden heb ik gaarne, zij het niet zonder aarzeling, voldaan. De aarzeling vond haar grond in de gedachte aan de op dit gebied reeds bestaande voortreffelijke werkjes van Dr. W. H. Heinsius, J. Jaspers en L. Dorsman.Strandwandelingen Toch schreef ik graag, omdat het onderwerp zoo rijk en boeiend is en wie er liefde voor heeft die liefde ook graag bij anderen wil helpen wekken. (...)
In de volgende bladzijden zullen weer enkele planten en dieren besproken worden, welke ieder, bij geregeld zoeken, ongetwijfeld aan het strand zal kunnen vinden of anders wel van een visscher zal kunnen krijgen. Allicht zal dan ter eeniger tijd bij hem de wensch opkomen om een en ander van dit rijke materiaal te kunnen bewaren, hetzij voor latere studie, hetzij om een kleine verzameling aan te leggen als herinnering aan zijne tochten. Zoo'n verzameling kan bovendien goede diensten bewijzen als demonstratiemateriaal, wanneer men anderen iets van het leven aan en in zee wil vertellen."



Bloemen in de bosschen
Serie natuur-wetenschappelijke zakboeken II

Jac. P. Thijsse (1934)

Bloemen in de bosschen

"In dit boekje beelden we een aantal planten van het woud af, planten die buiten bosschen en hagen zelden worden aangetroffen. Zij hebben zich aangepast aan bijzondere omstandigheden van licht en water en bodem, die aan het bosch eigen zijn. Zij kunnen dus beschouwd worden als de typische uitingen van die bijzonderheden, de eene meer, de andere minder en het nagaan van hun levensbijzonderheden verschaft dus tegelijk een inzicht in den aard en gesteldheid van het bosch. Het ontbreken van sommige dier planten kan zelfs een ernsitige critiek veroorzaken op de behandeling van het bosch. Hun eerste optreden van een nieuwe houtaanplant geeft het oogenblik aan, dat die aanplant den eeretitel van bosch gaat verdienen. Enkele van die planten vinden soms lang dijken en wegen, aan slootkanten of tuinwallen en getuigen dan van vroegere woudpracht daar ter plaatse en van hun eigen plooibaarheid, want onder die boschplanten vinden we naast vele gevoelige soorten ook wel stoere figuren, die een stootje kunnen verdragen. We zullen ze nu even bekijken en volgen daarbij de loop der jaargetijden."



De bloemen en haar vrienden

Jac. P. Thijsse (1934)

De bloemen en haar vrienden

"Het is zoo goed, eens stil te staan bij de bloemen, om te zien, wat er met haar gebeurt en hoe afhankelijk ze zijn niet alleen van wind en weer, maar vele harer ook van allerhand gedierte. En welk een aardige tegenstelling tusschen de stille bloemen, die zich haast niet bewegen en de rustelooze insecten met hun vaak bliksensnelle verplaatsing. Graag had ik er meer van verteld, want dit studieveld mag gerust onbegrensd genoemd worden!"

De illustraties in dit Verkade-album zijn gemaakt door ..



Onkruiden
Serie natuur-wetenschappelijke zakboeken III

Jac. P. Thijsse (1934)

Onkruiden

"Onkruid is dus wel hinderlijk en ik heb ook menig moeizaam uurtje er aan besteed, om het te bestrijden. Doch daarbij had ik voor mijn vijanden de grootse achting en die steeg, naarmate zij mij meer moeite veroorzaakten. Het zijn allemaal taaie strijders met velerlei bewapening. Alles wat de mensch voor zijn cultuurplanten doet, moeten zij alleen klaarspelen. Zij zaaien zichzelf of hebben er handigheidjes op om te maken dat de mensch zich ook daarmee belast. Zijn ze door middel van dat zaad, of ook wel op ander wijze ergens aangekomen, dan is hun er om te doen, om zoo spoedig mogelijk een zoo groot mogelijk gebied te veroveren en cultuurplanten te verdringen of te overvleugelen. Sommige doen dit door maar vlug weer zaad te te maken en dat te verspreiden of te laten verspreiden, andere en dat zijn de ergste, gaan ondergrondsch te werk en veroveren terrein door het maken van lange en vertakte uitloopers, waarvan dikwijls elk brokstuk weer tot een nieuwe plant kan uitgroeien. Winter of droogte hebben voor de meetse deze planten geenerlei verschrikking en in de allerergste gevallen weten ze zich nog te handhaven, doordat hun zaden jarenlang kiemkrachtig blijven."



De vorming van de Nederlandsche duinkust
Uitgaven der Nederlandsche Natuurhistorische Vereeniging No. 4

P. Tesch (1935)

De vorming van de Nederlandsche duinkust

"De aardrijkskunde deelt de Noordzeekust van Calais tot kaap Skagen in bij de 'duinkusten', maar daarmeee wil zij niet zeggen, dat de geologische ontwikkeling op alle punten dezelfde geweest is en de Vlaamsche duinen volmaakt gelijk zijn aan de duinen op de westelijke en noordelijke kusten van Jutland.
Ieder, die eenig oog heeft voor de eigenschappen, waarin zich het karakter van een niet te zeer verminkt landschap openbaart, zal verschillen zien, die niet aan invloeden van menschelijke werkzaamheid zijn toe te schrijven. Ik kies als voorbeelden het waterwingebied van de Amsterdamsche waterleidingduinen ten zuiden van Zandvoort, de bosschen van Heilo ten zuiden van Alkmaar en de duinen van Schoorl, drie typen van duingebied, die ieder hun eigen aard hebben en zich duidelijk van elkander onderscheiden."



Hans de torenkraai

H. E. Kuylman (1935)

Hans de torenkraai

"Pezen en spieren tot scheurens toe gespannen, schoot Hans de Torenkraai door het luchtruim. Maar hoe snel hij zijn vleugels ook bewoog, toch kon hij zich niet losmaken van dien onvermoeiden vervolger, die, nadat hij den dapperen kraaiengroep uit elkander had gejaagd, maar steeds boven Hans bleef zweven, met een enkelen wiekslag den afstand, dien de kraai met moeite had weten te winnen, heroverend.
Hans begreep, dat, wanneer hij teekenen van vermoeidheid zou geven, de zee-arend zich op hem zou werpen; ook wist hij, dat de strijd niet lang meer kon duren, want na de uiterste kwachtsinspanning voelde hij een loomheid in zijn vleugels, die alleen nog door den doodsangst voor dien grooten vogel met zijn gekromden snavel en als vuisten gebalde klauwen, kon worden overwonnen."

De illustraties in dit Verkade-album zijn gemaakt door ..



De boerderij

H. E. Kuylman (1936)

De boerderij

"Door het kleurlooze licht van den jongen morgen klinken de dreunende slagen van de klok uit den hoogen toren, die als een wachter zich verheft boven de daken van de dorpshuizen. Meegevoerd op de vleugelen van den zoelen zuidenwind, wekken zij de bewoners van de groote boerderij "De Oude Olm", die met haar veestallen en hooibergen als een voorwereldlijk monster opdoemt uit den nevel, welke over de wijde landen hangt. Piepend op de roestige scharnieren draaien de rood en groen geverfde luiken open en knarsend wordt de grendel van de deeldeur geschoven, waardoor het geloei en het pootengestamp van de ontwakende koeien naar buiten klinkt."

De illustraties in dit Verkade-album zijn gemaakt door ..



Waar wij wonen

Jac. P. Thijsse (1937)

Waar wij wonen

"Maar al te veel Nederlanders beseffen nog niet, in welk een heerlijk land zij het voorrecht hebben te leven. Er zijn er zelfs, die durven smalen op ons toch zoo merkwaardige klimaat. Als kinderen hebben wij echter al leeren zichen van het 'kleine stipje op de wereldkaart', dat een 'dierbaar plekje grond' zou zijn en de ervaring van veel meer dan een halve eeuw heeft althams bij mij dezen jeugdindruk niet beschaamd.
Wat heeft ons kleine land een groote verscheidenheid van prachtige en boeiende landschappen! Weliswaar hebben wij geen hooge bergen, maar dan toch wel heel mooie en merkwaardige rotsen in ons onvolprezen Zuid-Limburg, het oudste deel van ons koninkrijk. En als we even onder de oppervlakte krabben of de insnijdingen der beekjes nazoeken, dan vinden wij ook nog bijzondere, zeer interessante 'oudere gronden' in Twente en in de Gelderschen Achterhoek, welbekend bij alle Nederlandsche natuurvrienden, jong en oud."

De illustraties in dit Verkade-album zijn gemaakt door ..



Artis

G. de Josselin de Jong (1938)

Artis

"De vraag wat een diergaarde eigenlijk voor 'n instelling is, lijkt gemakkelijk te beantwoorden, is het echter niet, zodra we het wezen van een dierentuin - zijn doel - nader bekijken. Er zijn immers ook z.g. dierenparken en reizende ménagerieën die eveneens dieren ten toon stellen; de lezer voelt nu zelf wel het 'kwaliteitsverschil' tussen zùlke ondernemingen en een instituut als Natura Artis Magistra of de Londensche Zoo en andere hoofdstedelijke verzamelingen.
Als helaas maar al te zeer bekend heeft Artis zoo juist moeilijke tijden achter den rug, een zware tuschenperiode, met evenwel dèzen blijden kant, dat tijdens die crisisdagen wel gebleken is hoezeer ons volk aan deze eerwaarde, thans een eeuw oude, instelling gehecht is. En juist toen is meer dan ooit gebleken wat zoo'n volledige dierencollectie eigenlijk is en beoogt."



Dieren zien en leeren kennen
Een bijdrage tot de kennis van het driftleven en tot de ontwikkeling van het instinctbegrip

A. F. J. Portielje en W. F. H. Schut (1938)

Dieren zien en leeren kennen

"Van het jaar 1906 verbonden aan het Koninklijk Zoölogisch Genootschap 'Natura Artis Magistra', dat den eersten Mei 1838 te Amsterdam werd opgericht, heb ik, als Inspecteur der levende have, dank zij de medewerking van mijn achtereenvolgende Directeuren, wijlen Dr. C. Kerbert en Dr. A. L. J. Sunier, naast mijn overige werk mij in 't bijzonder kunnen wijden aan de studie van het dierengedrag, die mij altijd aan het hart lag en dan ook in zoowel als buiten Artis bij voorkeur door mij werd beoefend.
Met vreugde heb ik daarom ook de gelegenheid aangegrepen, mij door 'de Nederlandsche Keurboekerij' op de meest royale wijze geboden, om over het gedrag van dieren een boek te schrijven, dat als inleiding zal kunnen tegemoetkomen aan de toenemende belangstelling, die er in ruime kring op dit gebied aan den dag wordt gelegd."



Onze groote rivieren

Jac. P. Thijsse (1938)

Onze groote rivieren

"Welbehagen in eigen land is niet alleen verklaarbaar en geoorloofd, maar ook nuttig en noodzakelijk en het is goed, dat wij trachten, ons dit welbehagen zoo veel mogelijk bewust te doen worden.
In ons vorig album Waar wij wonen hebben wij in groote terkken geschetst, hoe en waardoor ons land gerekend mag worden tot de beste en schoonste ter wereld.
Thans willen wij eenigszins in bijzonderheden, maar natuurlijk nog lang niet uitvoerig genoeg, onze groote stromen bekijken, de levensaderen van het land, dat zij zelf hebben gebouwd.
Mogen zij u lokken tot heerlijke zwerftochten te land en te water ter vermeerdering van uw welbehagen, van uw vaderlandsliefde."

De illustraties in dit Verkade-album zijn gemaakt door ..



Dierenleven in Artis

A. F. J. Portielje (1939)

Dierenleven in Artis

"Een album over Artis, dat in Mei van dit jaar de eerste eeuw van zijn bestaan heeft herdacht!
Een boek, dat vooral bedoelt, jongeren vertrouwd te maken met dierengedrag, waaromtrent zoveel 'praatjes, die geen gaatjes vullen' in omloop zijn
Veel werd ditmaal van alle medewerkers gevraagd. Vooreerst van de schilders, die zich voor de niet geringe taak zagen gesteld, de meest uiteenlopende diersoorten, liefst nog wel in typerende actie met de daarbij te zien komende uitdrukkingsvormen, weer te geven!
Niemand zal ontkennen, dat dit hun bijzonder is gelukt en dat ze daarbij ook de sfeer van onze mooie dierentuin wisten te benaderen."

De illustraties in dit Verkade-album zijn gemaakt door ..



Apen en hoefdieren in Artis

A. F. J. Portielje (1940)

Apen en hoefdieren in Artis

"Werkend aan ons voorgaande album, bleek het al spoedig onmogelijk, de rijkdommen van 'Artis' in één of twee Verkade-albums samen te vatten, zonder het geheel, zowel wat plaatjes als tekst betreft, aan innerlijke waarde te laten inboeten.
Immers, niet 't maken van een min of meer uitgebreide 'Artis'-gids was onze opzet. Langdurige dagelijkse omgang met de bewonders gaf gelegenheid tot velerlei waarnemingen over het LEVEN der dieren. Hiervan wilden wij U graag wat laten zien, - trachten, U iets méér van hun gedragingen te doen begrijpen dan bij een eerste indruk meestal het geval is. Dat alleen het apenvolkje op deze manier bijna een half album in beslag nam zal wel niemand verwonderen! (...)
'Artis is toch maar', volgens onzen onvergetelijken natuurvriend E. Heimans: 'het mooiste wat er op natuur-historisch gebied in ons land bestaat'."

De illustraties in dit Verkade-album zijn gemaakt door ..



Botanische landschapstudies in Nederland
Uitgaven der Nederlandsche Natuurhistorische Vereeniging No. 5

W. Feekes, A. Scheygrond en D. M. de Vries (1940)

Botanische landschapstudies in Nederland

"Als voorbeeld van een karakteristiek Hollandsch graslandgebied is door ons gekozen de Krimpenerwaard, een terrein, dat door ons werk botanisch vrij goed bekend is geworden, terwijl het physisch-geografisch onderzoek ervan met snelle schreden zijn voltooiing nadert. Het ligt evenwel niet in ons voornemen, in deze bijdrage een analyse te geven van de onderscheidene factoren, welke te zamen dit echt Hollandsche landschap hebben gevormd. Het tot dusverre door ons verrichte onderzoek is daarvoor in menig opzicht onvoldoende geweest, terwijl bovendien de samenstelling van het veen in de Krimpenerwaard nog vrijwel geheel onbekend is."



Een jaar in Thijsse's Hof
Lente-zomer-herfst-winter
Heemschutserie, deel 2

Jac. P. Thijsse (1940)

Een jaar in Thijsse's Hof

"De toegang tot den tuin is vrij voor iedereen; kinderen beneden de twaalf jaar alleen onder geleide en dat geleide is dan verantwoordelijk voor eventueele wandaden van het kroost.
Ik zie dat kriel overigens het liefst van alles. Wanneer ik een Montessori-klasse met bekwame leidsters in den Hof ontdek, dan sluip ik daar graag achterom langs (de paden leenen zich daartoe uitstekend). Wat prachtig, als daar die kleine peuters staan te kijken naar de zingende nachtegaal, geen vijf meter van hen af en niemand kikt een woord, ook de leidsters niet. En dan weer bij de bijen, of de hommels, die op de bloeiende thym te grazen gaan als koeien op een wei, of bij allemaal bloemen, die nu open zijn, terwijl ze de vorige week nog in knop waren."

2e druk: 1940
3e druk: 1942
4e druk: 1943



Flitsende vinnen
Een album van de Nederlandsche zoetwatervisschen

A. J. L. Looyen (19..)

Flitsende vinnen

"Van vele bevolkingsgroepen in ons land, die jarenlang te lijden hebben gehad van de slechte structuur in het wereldhuishouden, gaat het visschersvolk, dat aan de zeekusten en aan de oevers onzer binnenwateren woont, wel zeer gebukt.
Vooral de zoetwatervisschers hebben menige bron van inkomsten zien opdrogen, de marktprijzen voor hun producten zakten zóó diep, dat vele ervan als vrijwel waardeloos konden worden geteld. En deze menschen, niet anders gewend dan dagelijks te visschen zagen gaandeweg hoe armoede de oogst werd, dien zij in hun vrije mooie beroep aan den waterkant binnenhaalde.
Het gevaar, dat dit oer-Nederlandsche beroep dan ook langzamerhand verdwijnen gaat, is niet denkbeeldig. Groote zalmzegen-visscherijen, die vroeger langs onze rivieren een rijken buit van zilvergeschubd vischvlees aan wal haalden en welvaart brachten in vele gezinnen, liggen stil, het netwerk stoffig en droog opgeborgen op den rommelzolder, werkeloosheid en leed in de gezinnen. (...)
Dit album der Nederlandsche zoetwatervisschen, tot stand gekomen door een gelukkige samenwerking van de genoemde organisatie van de Nederlandsche Heidemaatschappij met de fa. Ringers te Rotterdam-Alkmaar, tracht de belangstelling van het Nederlandsche volk voor onze zoetwatervisschers aan te kweeken."

De illustraties in dit plaatjesalbum zijn gemaakt door A. Beeftink.



Bottende takken
Nederlands bosch en wat daarin leeft

A. J. L. Looyen en J. J. Fransen (19..)

Bottende takken

"Van de veelheid van vormen waarin en van de wijze waarop het planten- en dierenleven zich gedurende den jaarcyclus in het bosch uitleeft, wil het voorliggende boek in beeld en woord getuigen en dit allereerst omdat in het bosch als geheel en in het kleinste detail zich een onbegrensde schoonheid openbaart, die in voller omvang levend bezit van den natuurbeschouwer kan worden, naar gelang zijn kennis van uiterlijke verschijning, levenswijze en bestaansvoorwaarden van deze wereld van planten en dieren zich verruimt. (...)
Het was voor de Nederlandsche Heidemaatschappij een voldoening, opnieuw met de firma Ringers te Rotterdam-Alkmaar een uit de natuur gegerepen boekwerk tot stand te zien komen, dat in ongedwongen vorm veel vertelt en vrtoont van wat het bosch voor de gemeenschap beteekent, wat het haar geven kan en wat het daartoe aan verpleging en verzorging vraagt."

De illustraties in dit plaatjesalbum zijn gemaakt door A. Beeftink.



Uit Neerlands vogelleven

Nol Binsbergen (1941)

Uit Neerlands vogelleven

"Neerlands Vogelleven ... gelukkig, het bestaat nog en wel in zóó groote dichtheid en verscheidenheid, dat ieder, die ooren heeft om te hooren en oogen om te zien en een ontvankelijk gemoed, gemakkelijk hoog genot en innige levensvreugde kan verwerven door kennismaking met dat leven te zoeken.
Zeker, het is lang zoo rijk niet meer als vijftig jaar geleden en een vergelijking met drie eeuwen her valt nog ongunstiger uit. Maar daar staat tegenover, dat de Nederlanders vantegenwoordig heel wat meer liefde voor de voogels betoonen dan hun bet-overgrootvaders. Al duidelijker en duidelijker beginnen wij te beseffen, welk een schat wij bezitten aan onze vogels. En heel in het bijzonder dienen wij te begrijpen, wat deze schat te beteekenen heeft voor onze kinderen, zelfs de jongste, want de grondslag voor levensgeluk en levensbeschouwing wordt gelegd in de eerste twaalf levensjaren, sommigen zeggen zelfs in de eerste drie. Voor mij persoonlijk kan ik dat beamen en ik geloof, dat de auteur van 'Uit Neerlands Vogelleven' in datzefde gelukkige geval verkeert."
(Uit het voorwoord van Jac. P. Thijsse)



Een tweede jaar in Thijsse's Hof
Heemschutserie, deel 5

Jac. P. Thijsse (1942)

Een tweede jaar in Thijsse's Hof

"Dit boekje heb ik geschreven voor de zeer velen die de opmerking maakten, dat het wel heel aardig is, de namen te kennen van de planten en dieren, die op de wandeling de aandacht trekken. maar dat zij toch graag een nadere kennismaking zouden wenschen.
In mijn eertse boekje: Een jaar in Thijsse's Hof heb ik aan sommige figuren al reeds wat meer aandacht geschonken, zooals aan Vogelmelk en Lookraket en de Rozen en dat ging al aardig buiten de grenzen mij tooegestaan. Van dat boekje verschijnt nu een derde druk, die naar behooren 'verbeterd en vermeerderd' wordt. Maar daar kom ik niet mee toe en er zit niets anders op dan een tweede deeltje te geven en dat dan meteen maar een beetje ruim te nemen. Uit den overvloed van stof, die Thijsse's Hof in het bijzonder en de Duinen in het algemeen bieden, heb ik nu een vrij willekeurige keuze gedaan, in hoofdzaak echter bepaald door de ervaring verkregen bij het rondleiden van gezelschappen. Gij weet dat ik dit bij uitzondering doe en liefst niet meer dan een dozijn personen te gelijk."



Onze duinen
Heemschutserie, deel 23


Jac. P. Thijsse (1943)

Onze duinen

"Onze duinen kunnen de schoonste en belangrijkste zijn van heel Europa. Ondanks de verwaarloozing, roofbouw en ondeskundige behandeling vertoonen zij thans nog op menige plaats brokstukken van onovertreffelijke bekoorlijkheid. Bovendien ontstaan nog dagelijks nieuwe duintjes en wanneer die op gunstige plaatsen ongestord blijven, kunnen wij ons hart ophalen aan de aanschouwing van uiterst boeiende gebeurtenissen op geologisch en biologisch gebied. En ook waar de duinen bedorven zijn, zooals dat heet, kan met gepaste middelen het landschap in korten tijd weer komen tot een waardig aanzien."



De orchideeën van Nederland

Dick Deinum (1945)

De orchideeën van Nederland

"Het is nu meer dan vijfenzestig jaar geleden, dat ik met eenige kennis van zaken mijn eerste orchideeën vond en wel in de onmiddelijke omgeving van Amsterdam, in een klein moerasje achter den Zuiderzeedijk, overblijfsel van een vroegere dijkbreuk-kolk. Nog acht jaar eerder had ik er geplukt op Walcheren, maar mijn grootmoeder leerde mij die kennen als 'koekoeksbloemen'. Nu nog altijd zijn verschillende en zelfs zeer uiteenloopende soorten van onze orchideeën bij het land volk bekend als koekoeksbloemen, kievietsbloemen, pinksterbloemen zelfs. Maar een dikke twintig jaar geleden ontmoette ik op een afgelegen plek een viertal kinderen van een jaar of tien, twaalf, met heele bossen kleurige orchideeën in de hand en bij navraag vertelden die snaken mij, dat ze daar "handekenskruiden" hadden en wel: gevlekt handekenskruid, vleeschkleurig handekenskruid en breedbladig handekenskruid.
Die wijsheid hadden ze opgedaan op school, hun meester hield van bloemen en daarom hielden die kinderen ook van hun meester, een aardige jonge vent, die waard was te wonen en te werken in een streek, waarwaar je een tiental soorten van orchideeën zoo maar voor het grijpen had. Uren lang heb ik met hem gepraat over het al of niet wenschelijke van het plukken van bloemen door kinderen en menschen. Voor mijzelf heb ik dat probleem nog niet bevredigend kunnen oplossen; voorloopig blijf ik nog pro-pluk."
(Uit de inleiding van Jac. P. Thijsse)



Dr. Jac. P. Thijsse
Een groot Nederlander

Rinke Tolman (1945)

Dr. Jac. P. Thijsse, een groot Nederlander

"Men kan niet zeggen, dat er zo voor en na geen aanleiding is geweest om het werk en willen ener nationale figuur als dr. Jac. P. Thijsse te herdenken. Kon reeds door zijn voortdurende en dagelijkse activiteit op natuurhistorisch terrein po elk willekeurig tijdstip aansporen tot het bepalen zijner betekenis en het waarderend beschouwen van zijn zegenrijke arbeid, niettemin waren er de laatste jaren gebeurtenissen, die het voor de hand liggend uitgangspunt vormden om aan Thijsse en zijn werk speciale aandacht te wijden."



Natuurbescherming en landschapsverzorging in Nederland

Jac. P. Thijsse (1946)

Natuurbescherming en landschapsverzorging in Nederland

"Laat ons vooral nooit vergeten, dat Natuur- en Landschapsbescherming geen stokpaardje is van een klein aantal hedonisten of wetenschappelijke ijveraars, maar een streven naar levensvervulling voor iedereen en in het bijzonder een redding voor allen, die geboren en getogen zijn in de sombere buurten van de ouderwetsche groote steden."



De levende natuur
Het levenswerk van Jac. P. Thijsse weerspiegeld in een bloemlezing

Jac. P. Thijsse (1947)

De levende natuur; Het levenswerk van Jac. P. Thijsse weerspiegeld in een bloemlezing

De hier verzamelde geschriften werden in 1944 door Dr. Jac. P. Thijsse uitgezocht en gerangschikt. Na het overlijden van de auteur verzorgde Dr. L. Tinbergen de uitgave van de bloemlezing.



Met meneer Portielje mee naar Artis

A. F. J. Portielje (1953)

Met meneer Portielje mee naar Artis

Dit boekje werd door A. F. J. Portielje geschreven op verzoek van de A.V.R.O. De eerste oplage werd in december 1953 door de A.V.R.O. aan de kinderen van haar leden als Sint Nicolaas-geschenk aangeboden.

2e druk: 1954



Leven en werken van E. Heimans
en de opbloei der natuurstudie in Nederland in het begin van de twintigste eeuw

Fop I. Brouwer (1958)

Leven en werken van E. Heimans

"Uitgever en schrijver hebben gemeend deze Heimans-Biografie, welke als proefschrift voor de Gemeentelijke Universiteit van Amsterdam geschreven werd, tevens toegankelijk te maken voor een ruimere lezerskring. Talrijke biografieën werden gewijd aan kunstenaars, geleerden, staatslieden, militairen en ontdekkingsreizigers. Zelden werd een uitvoerige levensbeschrijving gegeven over het hoofd der school. Er zijn dan ook weinig personen bij het lager onderwijs in Nederland werkzaam geweest, wier culturele en wetenschappelijke invloed zó verstrekkend was als die van Eli Heimans, wier 'levensroman' wij hierbij de belangstellende lezer aanbieden".



Over dieren raak ik niet uitgepraat

A. F. J. Portielje (1959)

Over dieren raak ik niet uitgepraat

"Dit boek probeert door eenvoudig maar niet ondoordacht vertellen - en door onmiddelijk tot verstand en gevoel sprekende afbeeldingen van mejuffrouw Frida Holleman - te bereiken, dat velen beter kijk krijgen op dieren en hun levenduitingen.
Dierenkennis brengt ons nader tot de verborgen roerselen in ons eigen kennen, gevoelen en begeren, dat bij alle verschil toch ook overeenkomst openbaart met dat van onze 'mededieren'. Altijd hebben dieren ons, leek, liefhebber of geleerde, iets te zeggen, ls we tenminste nog niet zijn vastgelopen in sleur of in kortzichtigheid zijn blijven steken. Moge ons vertellen en verbeelden verruimend en verhelderend werken op veler inzicht in dierengedrag."



1865 - 1965
Jac. P. Thijsse

Red. Ineke Haighton, Jaap van Dijk, W. J. Prud'homme van Reine en Ko Zweeres (1965)

1865 - 1965; Jac P. Thijsse

"Dit THIJSSE-nummer is een gezamenlijke uitgave van: de Chr. Jeugdbond voor natuurvrienden (CJN); het Instituut voor Natuurbeschermingseducatie (IVN); de Kathol. Jeugdorganisatie voor Natuurstudie (KJN); de Kon. Ned. Natuurhistorische Vereniging (KNNV); het Natuurhistorisch Genootschap in Limburg; de Ned. Jeugdbond voor Natuurstudie (NJN); de Stichting het Limburgs Landschap en het tijdschrift Het Vogeljaar. (...)
Op 25 juli a.s. is het honderd jaar geleden, dat Jacobus Pieter Thijsse te Maatsricht werd geboren. Er was, dunkt ons, alle aamleiding voor het besluit der besturen en/of redacties van hiernaast vermelde organisaties, om dit feit te herdeken met de uitgave van een THIJSSE-nummer. Het geringe nadeel dat sommigen wellicht twee of zelfs meerdere exemplaren zullen ontvangen, lijkt eenvoudig in een voordeel om te zetten: met gebruike die extra-nummers om nieuwe leden te verwerven. Daarmee zal men stellig in de geest van Thijsse handelen."



Feest in de natuur
De eeuw van Jac. P. Thijsse

Kees Hana (1965)

Feest in de natuur

"Feest in de natuur - naar mijn gevoel niet eens in de eerste plaats omdat 100 jaar geleden Jacobus Pieter Thijsse, de grote man van natuurstudie, natuurbescherming en bovenal natuurbeleving, werd geboren.
Feest in de natuur - voornamelijk om er ons over te verheugen dat hij een landgenoot van ons allemaal is geweest.
Geweest?
Volgens de Burgelijke Stand, ja. Maar dat klopt niet volledig omdat zijn geest in feite bij ons is gebleven: in zijn vele nagelaten werken, maar nog veel sterker in onze eigen instelling tegenover de natuur, die hij blijvend gelijk aan de zijne heeft heeft gemaakt.
Bij een dergelijk feest - ietwat weemoedig omdat de gevierde niet meer in levenden lijve in ons midden verkeert - past een kleine feestbundel. Die wordt u bij deze aangeboden; met de uitdrukkelijke verklaring dat hij niets méér wil zijn dan een feestboekje. Een greep hier en een greep daar, een lach en een traan. Maar zeker geen overzicht van dit of van dat. Zonder enige pretentie dus - vooral niet die van volledigheid.
Alleen maar een boekje om ons te helpen het feest te vieren in de geest van ons aller Thijsse: onbekommerd!"



Vogelzang

Jac. P. Thijsse (1965)

Vogelzang

"'Hier is nu de Vogelzang. Alles wat liefelijk is en welluidend. Laat ons dit alvast vasthouden voor het voorwoord'
Dit is de aanhef van de brief, waarmee Jac. P. Thijsse ons in maart 1938 het volledige manuscript toezond voor een nieuw album, dat de naam 'Vogelzang' zou dragen.
Door het uitbreken van de oorlog hebben wij de uitgave van onze Verkade-albums moeten staken en daardoor bleef 'Vogelzang' opgeborgen in ons archief. Na de oorlog hebben wij verschillende malen overwogen het klaarliggende concept alsnog het licht te doen zien, maar allerlei omstandigheden noodzaakten ons dit plan te laten varen.
Toen wij vernamen dat het op 25 juli 1965 honderd jaar geleden zou zijn, dat Jacobus Pieter Thijsse in Maasstricht werd geboren, hebben wij het manuscript weer eens ter hand genomen. Al lezend kwam ons de persoon van Thijsse weer voor de geedt: een man met een onuitputtelijke liefde voor de natuur en vervuld van het verlangen zijn medemensen te laten delen in de grote vreugde die hij daarin beleefde. (...)
Dit boek wordt door ons niet beschouwd als een voortzetting of hervatting van onze albumreeks, maar een herdenkingsuitgave ter gelegenheid van de honderdste geboortedag van Dr. Jac. P. Thijsse. Wij willen hiermee postuum hulde en dank betuigen aan de man, die de ogen van zovelen geopend heeft voor de schoonheid van de natuur."



Vijftig jaar in Thijsse's Hof

Red.: A. J. Gorter-ter Pelwijk, C. Noë, W. J. Holthuizen en G. Houtman (1975)

Vijftig jaar in Thijsse's Hof

"De grote landelijke Thijsse-herdenking werd in 1965 gehouden bij de honderdste geboortedag van Thijsse en het toen veertigjarig bestaan van de Hof. Er verscheen zelfs weer een Verkade-album (Vogelzang), een treffende herinnering aan de reeks, die in de vooroorlogse jaren tot de vorming van liefde voor de natuur en het milieu zoveel heeft bijgedragen. Ook nu zal de figuur van Thijsse weer voor het voetlicht geschoven worden met dit boekje en een feestelijk bijeenkomst. Maar hoe goed deze ook zijn, het blijft beter Thijsse's sterke persoonlijkheid te ontmoeten in zijn nog altijd frisse werken en in zijn vijftig jaar jonge Hof in het Bloemendaalse bos."



Voordracht bij de heruitgave van Verkade's vier jaargetijden-albums

Henk van Ulsen (1975)

Voordracht bij de heruitgave van Verkade's vier jaargetijden-albums

"Maar wat rest er nog te schrijven na de vloed van enthousiaste reacties op onze her-uitgave van de Verkade-Jaargetijden-Albums?
Lente, Zomer, Herfst en Winter zijn van de persen af, het land in gerold en met open armen ontvangen. Overal, bij vrijwel iedereen, door pers en publiek. De grote belangstelling voor het werk en de gedachten van de legendarische Dr. Jac. P. Thijsse is opnieuw getoond, bewezen en uitgesproken."



In de natuur

E. Heimans (1978)

In de natuur

Van 26 oktober 1902 tot 27 september 1914 verschenen er met een verbazingwekkende regelmaat in 'De Groene (Amsterdammer)' bijdragen over de natuur van de Amsterdamse onderwijzer Eli Heimans. De Stichting Heimans en Thijssebibliotheek en -archief stelde van deze bijdragen in 1978 dit boekje samen. Het betreft eigenlijk de 'vierde keus', aangezien al eerder bijdragen uit De Groene gepubliceerd waren in Met Kijker en Bus en Wandelen en Waarnemen (beiden 1906) en in Uit de Natuur (1916).



Naar de natuur

Jac. P. Thijsse (1978)

Naar de natuur

Naar de natuur is een selectie uit de beschouwingen die Thijsse van 1915 t/m 1928 schreef voor De Groene (Amsterdammer). Zijn bespiegelingen over groei, bloei en jaargetijde, zoals bijeengebracht in deze bundel, zijn voorzien van nooit eerder gepubliceerde tekeningen uit de schetsboeken van Thijsse zelf. Tekst en illustraties van de grote natuurkenner blijken nog verassend boeiend en tonen opnieuw dat de groeiende belangstelling voor zijn werk terecht is. Dit boekje werd in 1978 in opdracht van de Erven Thomas Rap samengesteld door Jan Nijkamp, Ko Zweeres en Jaap Zwier.



Wat is natuur nog?
24 schoolwandplaten van M. A. Koekkoek

M. A. Koekkoek en D. Hillenius (1978)

Wat is natuur nog?; 24 schoolwandplaten van M. A. Koekkoek

"Wie herinnert zich niet van vroeger de wandplaten van M. A. Koekkoek die op vrijwel iedere lagere school werden gebruikt om de leerllingen enige kennis van de dierenwereld bij te brengen? Platen van het Naardermeer, de weide etc. U vindt ze nu nog wel eens in antiekwinkeltjes waar ze voor veertig tot vijftig gulden per stuk verkocht worden. De platen werden geschilderd door de uit een oud schildergeslacht stammende M. A. Koekkoek die van 1875 tot 1944 leefde. Koekkoek legde zich toe op het natuurgetrouw weergeven van dieren in hun omgeving. Vanwege de instructieve waarde werden zijn schilderijen alom als wandplaten in het onderwijs gebruikt."



Het boek van Artis

Leonard de Vries (1981)

Het boek van Artis

Bijna anderhalve eeuw nu bestaat de Amsterdamse dierentuin Artis. Leonard de Vries dook in de bewogen historie, met als resultaat een boek vol teksten en prenten van dieren en mensen in een van de oudste dierentuinen van Europa.



Artis
Een Amsterdamse tuin

Pieter Smit (1988)

Artis; een Amsterdamse tuin

Al vele laren geleden vatte de biologie-historicus Pieter Smit het plan op het 150-jarig jubileum van Artis extra luister bij te zetten met een boek over de geschiedenis van de tuin. In dat jubileumjaar 1988 presenteert hij met dit kloeke boekwerk het resultaat van zijn speurtochten in het verleden van Nederlands oudste dierentuin.
Is er over de tuin in de 19e eeuw al het een en ander bekend, van de geschiedenis van Artis in onze eeuw ontbrak tot nog toe een integrale analyse. Smit heeft zich daarom ten doel gesteld de periode 1927-1973 voor ons weer tot leven te brengen.



Honderdvijftig jaar Artis
AO boekje nr. 2214

E. F. Jacobi (1988)

Honderdvijftig jaar Artis

"De verhouding van mensen tot dieren hangt zeer nauw samen met de menselijke culltuur. Hierbij spelen de sociale en technische ontwikkeling van de maatschappij en de mode een rol. het Artisjubileum is aanleiding om hierover wat te vertellen. Dat Artis hierbij in het middelpunt staat, ligt wel voor de hand. Maar al is het verleden interessant, de toekomst is belangrijker en krijgt dan ook volop de aandacht."



Vogels in Artis

A. F. J. Portielje (1988)

Vogels in Artis

"Meer dan 45 jaar hebben de drukproef voor Vogels in Artis van A. F. J. Portielje en de daarbij behorende aquarellen van C. Rol, J. Voerman jr. en H. Rol veilig opgeborgen gelegen bij de Koninklijke Verkade N.V. te Zaandam. De oorspronkelijk voor 1941 geplande uitgave van het album werd, doortussenkomst van de Tweede Wereldoorlog, nooit uitgevoerd. Het 150-jarig jubileum van Artis is bij uitstek de gelegenheid om dit schitterende album voor alle liefhebbers, en dat zullen er velen zijn, alsnog op de markt te brengen.
Wij hebben getracht om het album Vogels in Artis in een zo origineel mogelijke vorm uit te brengen. Als voorbeeld diende het in 1939 uitgegeven album Dierenleven in Artis van A. F. J. Portielje. Aan de oorspronkelijke tekst en illustraties werd niets gewijzigd. Wel werd een Ten Geleide toegevoegd van de hand van Dr. B. M. Lensink, directeur van Artis. Bovendien ontbraken in de drukproef de verwijzingen, de onderschriften en het register. Er is met de grootst mogelijke zorg getracht om bij die nieuw gezette teksten de lijn die door de in 1965 overleden auteur werd uitgestippeld te volgen. Medewerkers van Artis zijn ons daarbij wat de naamgeving van vogels en zoogdieren betreft bijzonder behulpzaam geweest, waarvoor onze hartelijke dank."



Dichter bij de natuur I
Bos, heide en parklandschap

Tom van Ewijk, Lucienne van Ek en Toon Fey (1990)

Dichter bij de natuur I; Bos, heide en parklandschap

"U hebt een nieuw Verkadeboek in handen. Wie zich de vroegere albums herinnert, zal in dit boek echter weinig terugvinden van de oude, traditionele aanpak. Dat was ook de bedoeling van Verkade en van de samenstellers. Veel van wat er in die albums van toen werd beschreven en afgebeeld, is voltooid verleden tijd. Landschappen zijn soms onherkenbaar veranderd, sommige dieren en planten zijn er niet meer of zijn zeldzaam geworden. De dagen dat Jac. P. Thijsse met enthousiaste pen zijn beroemde albums schreef en op de hem sympathieke en kundige manier - alsof hij je mee naar buiten nam! - zijn lezers ook voor de natuur enthousiast probeerde te maken, die dagen zijn voorbij. Het zou dwaas zijn, om tegen beter weten in te beweren, dat verder alles in het bos en op de hei bij het oude is gebleven. Dát weten wij zo langzamerhand wel.
De intentie van dit natuurboek (met plakplaatjes!) is gericht op een gezamenlijke ontdekkingstocht. Niet bedoeld als lesmateriaal om tegenaan te kijke, geen blik van buitenaf, maar natuur beleven, erin stappen. De inhoud benadrukt de samenhang van alles wat er leeft en sterft in de natuur. Ook de mens hoort in deze samenhang thuis, zonder natuur is leven onmogelijk."



Dichter bij de natuur II
Waterlandschappen

Tom van Ewijk, Lucienne van Ek en Toon Fey (1991)

Dichter bij de natuur II; Waterlandschappen

"Zo lang er in Nederland mensen wonen hebben zij gevochten tegen het water. Dat er ooit een tijd zou komen dat zij voor het water moesten vechten had niemand voorzien. Dat is nu aan de orde. De beste graadmeter is de natuur, de enige die ons kan vertellen hoe gezond het oppervlaktewater van ons land is. Natuur en milieu zijn niet twee zaken apart, ze horen bij elkaar, ze zijn elkaar. Van dat besef zijn de makers van het tweede Verkade Natuurboek uitgegaan."



Onbekommerd...
De wandelingen van Jac. P. Thijsse

Kees Duinker (1991)

Onbekommerd... De wandelingen van Jac. P. Thijsse

Kees Duinker is een aantal wandelingen van Thijsse nagegaan: wat is er nog over van de natuur die Thijsse beschreef; zijn er nog stinse planten, is de nachtegaal er nog te horen, kun je er nog onbekommerd zijn. De illustraties van René Gort ademen de sfeer van nu, maar laten soms zien hoe het er in de tijd van Thijsse kan hebben uitgezien.



Zinkviooltjes en zoetwaterwieren
J. Heimans (1889 - 1978)
Natuurstudie en natuurbescherming in Nederland

Marga Coesèl (1993)

Zinkviooltjes en zoetwaterwieren

"Dit werkstuk is niet ontstaan onder druk van de omgeving, noch uit oogpunt van carrièreplanning of de wens om te promoveren. Het boek is geschreven vanuit een persoonlijke belangstelling voor historisch onderzoek en vanuit een wetenschappelijke interesse voor het leven en werk Van J. Heimans en de ontwikkelingen op het gebied van de natuurstudie en natuurbescherming die gedurende zijn leven hebben plaatsgevonden."



Een portret van Jac. P. Thijsse

H. W. ten Brinke (1995)

Een portret van Jac. P. Thijsse

"Dit jaar is het precies 50 jaar geleden dat Jac. P. Thijsse overleed. Om die reden is 1995 het 'Thijsse-jaar' geworden, daarnaast heeft 1995 tevens de titel 'Europees natuurbeschermingsjaar' gekregen. (...)
Mijn bedoeling was een leesbaar verhaal samen te stellen over het leven van Jac. P. Thijsse en datgene wat hij ons naliet."



Eik en beuk

Jac. P. Thijsse (1995)

Eik en beuk

In de archieven van Verkade werden onlangs de manuscripten gevonden van een origineel Verkade-album. Dit album van Jac. P. Thijsse, met als titel "Eik en beuk" werd echter nooit eerder uitgegeven.
Na 60 jaar komt het nu op de markt met de oorspronkelijke tekst van Thijsse en met tal van originele plaatjes van de bekende schilders J. Voerman jr., C. Rol en H. Rol. Door de mogelijkheden van de moderne druktechniek mooier weergegeven dan ooit tevoren. Toegevoegd zijn nieuwe aquarellen van Annie Meussen.
Het is een rijk geïllustreerd en boeiend en vlot leesbaar boek met tal van gegevens over twee bomen, die we overal in onze bossen, in parken en langs wegen kunnen tegenkomen, "Eik en beuk" is een hoogtepunt in de serie Verkade-albums geworden.



Het groene kleed
Toekomst voor de Nederlandse natuur

Jan van Gelderen (1995)

Het groene kleed

In dit boek wordt ingegaan op de houding van de Nederlander tegenover de natuur, van ver vóór onze jaartelling - toen duizenden boeren het natuurlijke gezicht van ons land al veranderden - tot heden.
Het Natuurbeleidsplan van de regering geeft de natuur - het groene kleed - van Nederland vanaf 1980 nieuwe impulsen en grote kansen. Met dit initiatief kan de natuurbescherming voor het eerst in zijn geschiedenis zijn defensieve houding laten varen en aan de slag met het maken van nieuwe natuur. Daarbij valt te denken aan grootschalig herstel van natuurwaarden langs onze grote rivieren, maar ook aan natuurverbetering op kleine schaal: heide- en duingebieden, ombouw van landbouwgrond.
Nieuwe natuur heeft in ons land alle kansen. De auteur toont aan dat, ondanks alle berichten over het tegendeel, zelfs zeer kwetsbare planten en dieren nog steeds aanwezig zijn. En waar zij ontbreken zullen zij op eigen kracht opnieuw natuurgebieden bevolken dankzij de instelling van de Ecologische Hoofdstructuur.
In dit boek komt ook de rol van Heimans en Thijsse in de geschiedenis van de natuurbescherming in Nederland aan de orde.



Natuurhistorisch Maandblad
Jac. P. Thijsse

Natuurhistorisch Genootschap in Limburg (1995)

Natuurhistorisch Maandblad; Jac. P. Thijsse

"Het feit dat Jac. P. Thijsse in Maastricht geboren is, op een steenworp afstand van de toen nog in volle glorie verkerende Sint-Pietersberg, verklaart zijn bijzondere en persoonlijke band met deze verre uithoek van Nederland, Een band die hij zijn hele leven trouw is gebleven, zoals onder meer blijkt uit zijn vele geschriften die hij ons heeft nagelaten."



Jac. P. Thijsse
Een leven in dienst van de natuur

Red. Jan-Paul Verkaik (1995)

Jac. P. Thijsse; Een leven in dienst van de natuur

Ter gelegenheid van de vijftigste sterfdag van Thijsse verschijnt deze uitgave, waarin zeven historici op heldere wijze Thijsse's leven, werk en invloed behandelen. Aan de orde komen onder meer zijn werk als schrijver, zijn contacten met tijdgenoten, de wortels van de milieubeweging, de vogelbescherming, de biologische wetenschap en zijn kwaliteiten als onderwijzer en pedagoog.



De eeuw van Thijsse
100 jaar natuurbeleving en natuurbescherming

Arie van Loon e.a. (1996)

De eeuw van Thijsse

"1995 was een Thijsse-jaar en bovendien een Europees Natuurbeschermingsjaar. Voor de Heimans en Thijsse Stichting lag het voor de hand hieraan aandacht te besteden. Een van de activiteiten betrof de organisatie van het Symposium '100 jaar Natuurbeleving en Natuurbescherming', dat op 13 oktober 1995 in Amsterdam werd gehouden. De uitgewerkte voordrachten treft u in deze brochure aan."



Variaties in Artis
Over paren en baren en mensen en dieren

Maarten Frankenhuis (1998)

Variaties in Artis

"Ik heb mij beijverd om in duidelijk taal een overzicht te geven van van de meeste aspecten van het fenomeen dierentuin en van de voortplanting in het bijzonder. Hier en daar kan de begrijpelijkheid echter tegenvallen, veel onderzoek en bevindingen blijven moeilijke kost, voor lezer én schrijver. Bovendien, de laatste heeft zo z'n karakteristieke liefhebberijen. Voorts heb ik mij in hoge mate beperkt tot de gewervelde dieren. Ik spreek hierbij de hoop uit, dat mijn opvolger zich ooit nog eens zal wagen aan het rijk der ongewervelde dieren.
In dit boekje begeef ik mij op diverse vakgebieden die eigenlijk niet de mijne zijn, en dus op glad ijs."



Waar zo makke koeien grazen

Eli Heimans (1999)

Waar zo makke koeien grazen

"De naam Heimans is me net zo vertrouwd als de kerk, de school en de bakker. Vlak buiten het Zuid-Limburgse Epen, waar ik werd geboren, ligt immers de Heimansgroeve. Ik wandelde in mijn kinderjaren met vader langs de Geul en bij de groeve zochten we mooie stukjes leisteen waarvan gezegd werd dat het iets met steenkool te maken had. 'Hier komt het carboon aan de oppervlakte,' zei vader dan, want hij wist dat Eli Heimans dat ergens geschreven had..."
Uit het archief van de Heimans en Thijsse Stichting verzamelde Rosalie Sprooten een achttal artikelen die Eli Heimans in 1903 en 1912 schreef over zijn belevingen en ontdekkingen in Zuid-Limburg. Hij publiceerde die destijds in De Amsterdammer en in De Levende Natuur.



Natuurlijk Verkade
Het verhaal van de albums

Marga Coesèl (1999)

Natuurlijk Verkade

"De langdurige en succesvolle reeks Verkade-albums vormt een hoogtepunt in de geschiedenis van de reclame in Nederland. In 1903 begon de Zaanse brood-, koek- en beschuitfabrikant Verkade & Comp. met het uitgeven van plaatjesalbums, boeken voor het verzamelen van de losse kleurenplaatjes die bij de verpakte artikelen werden verspreid. Na drie albums zonder tekst, de zogenoemde sprookjesalbums, kwam de firma op het idee om albums uit te geven waarbij de plaatjes de illustraties vormden bij een doorlopend verhaal. Zowel de keuze van het onderwerp van deze albums, de inheemse natuur, als de beslissing om ze te laten vervaardigen door kunstenaars en vakmensen bleek een schot in de roos. Dankzij de eendrachtige samenwerking tussen fabrikant en schrijvers, illustratoren, drukkers en binders ontstond een reeks boeken die zijn weerga niet kent; ook niet in het buitenland. De albums vormen een welhaast ideale combinatie van kunst, kennis en commercie. In totaal werden door Verkade 35 verschillende albums uitgegeven: vijftien in de periode tot en met het eind van de Eerste Wereldoorlog, vijftien in de periode 1925-1940 en nog vijf in de periode vanaf 1965 tot heden. "



Natuurhistorisch Maandblad
Eli Heimans (1861 - 1914)

Natuurhistorisch Genootschap in Limburg (2001)

Natuurhistorisch Maandblad; Eli Heimans (1861 - 1914)

"Eli Heimans werd 140 jaar geleden in Zwolle geboren. Zijn grote betekenis vooral voor de biologie en geologie van Zuid-Limburg rechtvaardigt het feit dat de herinnering van zijn invloed mede door middel van dit 'Heimansnummer' van ons Maandblad levend wordt gehouden."



Wandelen door Artis
Natura Artis Magistra

Ko van Geemert e.a. (2001)

Wandelen door Artis

"Al bij de oprichting in 1838 werd duidelijk dat de stichters van de dierentuin Artis een bredere opzet voor ogen stond dan het exposeren van dieren alleen. men koos immers voor de naam Natura Artis Magistra, wat zoveel betekent als: de natuur is de leermeester(es) van de kunst.
Dit motto is niet voor niets de ondertitel van deze gids. Aan de hand van tientallen literaire en journalistieke citaten maakt u een wandeling door de tuin; door de ogen van vele, uiteenlopende schrijvers en personages kijkt u naar dieren en bezoekers."



Het verdwenen museum
Natuurhistorische verzamelingen 1750 - 1850

Bert Sliggers e.a. (2002)

Het verdwenen museum

"De geschiedenis van Artis illustreert de verandering ten aanzien van het profiel van de natuurhistorische verzamelingen en de wetenschappelijke genootschapppen in de 19de eeuw. De meest duidelijke en aantrekkelijke vernieuwing was het houden van levende dieren als onderdeel van een natuurhistorische collectie. Behalve dit onderscheidde Artis zich ook op andere manieren van eerdere verzamelingen. De financiële steun van duizenden van haar leden, die er voortdurend naar streefden om van Artis een instituut te maken dat een uitstraling zou hebben, niet alleen op Amsterdam maar op heel Nederland, betekende dat het kon uitgroeien tot een, voor Nederland, ongekende grootte."



De grazige weiden

Jan Wolkers (2003)

De grazige weiden

"In mijn prille jeugd waren er maar twee schrijvers. God, die de Bijbel had geschrevenen Jac. P. Thijsse, die de Albums van Verkade geschreven had."
Jan Wolkers vertelt geanimeerd over zijn kennismaking met het werk van Thijsse, thuis en in het logeerkamertje bij zijn grootouders aan de Amsterdamse Overtoom, waar hij dagenlang 'als in een grazige weide' tussen de boeken en albums had liggen bladeren en lezen.
Bij Thijsse herkent hij nog altijd de leermeester, de didacticus 'die je bijna persoonlijk in het soppende veenmos terdeder wil drukken om planten te tekeken en te ontrafelen.' Hem citeren is onbegonnen werk, want 'het gaat maar door, als een hoorn van overvloed waaruit hij de hele flora en fauna van ons land over je uitstort in woorden en beelden die je voorgoed bijblijven.'



Murugan
Een legendarische olifant

Piet Duizer en Luciano Macaluso (2003)

Murugan; een legendarische olifant

Kunt u ons een Indisch olifantje sturen want onze dierentuin heeft er geen?
Met deze kinderwens aan Pandit Nehru, minister president van India begint het levensverhaal van Murugan.
Dit boekje gaat over Murugans ingewikkelde overtocht uit India; over zijn exotische onthaal 'niet zo maar een beetje Oosters gedoe'; zijn puberjaren vol kattekwaad 'dan jatte die onderweg van alles'; over de rondritjes op zijn rug, een collectieve jeugdherinnering van hele generaties 'die huid deed erg zeer zo in m'n korte broekie'; over zijn problemen met paren 'we hebben er ook wel eens een poster van een naakte olifant opgehangen' en over zijn andere kwalen en nukken.
Murugans 50ste verjaardag op 23 januari 2003 was een mooie gelegenheid voor deze biografie van een legendarische olifant. Het verhaal bevat veel anekdotes over Murugan, aangevuld met achtergrondverhalen en 'weetjes' over olifanten; een van de meest interessante maar ook meest bedreigde diersoorten ter wereld.
De laatse tijd leed Murugan erg onder zijn ouderdomskwalen. Op 4 juni 2003 heeft de dierenarts van Artis hem laten inslapen.



Jac. P. Thijsse - Een biografie
Natuurbeschermer, flaneur en auteur van de Verkade-albums

Sietzo Dijkhuizen (2005)

Biograaf Sietzo Dijkhuizen volgt Thijsse door de vier seizoenen van zijn leven, onderzoekt zijn rol als popularisator van natuurhistorische kennis, en zijn betekenis als onderwijzer en leraar. Ook beschrijft hij Thijsses contacten met tijdgenoten als Eli Heimans en diens invloed op zijn schrijverschap. Dijkhuizen zoekt de feiten achter Jac. P. Thijsses welhaast mythische status als volksopvoeder, schetst de sociaal-culturele ontwikkelingen tussen 1865 en 1945, en vraagt wat Thijsses bijdrage was aan het burgerlijk "beschavingsoffensief" van die jaren.